Klopjacht

29 jun 2026 · 13 keer gelezen · 1 keer geliket

De biefstuk ligt zwetend op het bord van Bart. Het lijkt op een stuk dat rechtstreeks uit het dier gesneden werd. Er beginnen zich rondom stroompjes rood vocht te verspreiden. De bloederige delta stuwt met trage kracht naar de salade. Bart prikt het hapklaar brokje dat hij afsneed op zijn vork en brengt het naar zijn mond. Hij blijft kauwen en trekt een korte grimas.
'Is het niet lekker?', vraagt Flora. 
'Een beetje taai', antwoordt hij met nog steeds het stukje vlees in zijn mond. Hij slikt het weg.  'De smaak is goed, maar ergens zit er een wrang kantje aan. Het smaakt naar hertenvlees dat mijn moeder vaak klaarmaakte’, voegt hij er aan toe. 
‘Oh. dit is nochtans koe hoor’, antwoordt ze met een snelle glimlach. 
‘Het lijkt alsof de koe ook een klopjacht doormaakte’, zegt Bart langs de neus weg. 
‘Klopjacht?’, vraagt Flora niet begrijpend. 
‘Wel, mijn moeder kreeg altijd een stuk hertenvlees van de jager na de klopjacht. En de jager wist maar al te goed dat er met sommige stukken niet veel goeds aan te vangen valt’, legt Bart uit terwijl hij opnieuw stevig met zijn mes in het vlees snijdt.
‘Oh. Waren de stukken soms vaak aan flarden geschoten ofzo’, antwoordt Flora lacherig. 
‘Weet jij eigenlijk wel wat een klopjacht betekent’, en in de stilte duwt hij een nieuw stukje vlees in zijn mond. 
‘Niet meteen nee’, fluistert Flora terwijl ze met hangende schouders een friet in de mayonaise dopt.
‘Bij de klopjacht staat er langs de éne kant van het bos een hele rij mannen, zij aan zij. Aan de overkant staat een rij jagers opgesteld. Bij het startteken loopt de rij mannen het bos in, met kreten en luid gejoel. De dieren die eerst nog rustig in het bos vertoefden worden opgejaagd: reeën, everzwijnen, hazen,… Noem maar op. Ze rennen op de jagers af en lopen ze voorbij. En zo worden ze in de rug geschoten’. Hij neemt een slok van zijn glas rode wijn. ‘Lekker wijntje, die Cahors.’ 
Flora's blik verstart. Een flits: Het hert. Een onschuldig dier. In de rug geschoten, zonder één mogelijke vorm van verweer. 
‘En je proeft dat dus’, gaat hij rustig verder. ‘Het vlees is dan ook niet lekker. De spieren van de vluchtende beesten geraken verzuurd, verkrampen en dat geeft een hele specifieke smaak. ’n Beetje bitter, alsof het vlees op het punt staat om te bederven.’
Flora laat haar mes op het bord zakken. De goudbruine korst van de biefstuk die zonet heel aanlokkelijk leek, doet haar nu kokhalzen. 
‘Om het op een andere manier te zeggen: je proeft de angst. Je eet de angst van het dier’, zeg ze traag, alsof ze net een delicaat vraagstuk voorgelegd kreeg en het woord per woord op een zachte toon herhaalt.
‘Ja, daar komt het wel op neer’, zegt Bart terwijl hij nonchalant een friet in de rode stroom op z’n bord duwt. 
‘Denk je dat de koe dan geen angst voelde?’, en hij wijst met de druipende friet naar het stuk vlees op het bord van Flora. ‘Dat is toch vanzelfsprekend? Elk dier voelt dat toch, hoe zou je zelf zijn als je de geur van bloed en stress zou ruiken, dan sla je toch ook in paniek?’ 
Flora rent naar de badkamer. Er klinken luide kokhalsgeluiden door het huis. Bart schenkt nog wat wijn in en neemt een flinke slok. Met zijn vork prikt hij de biefstuk van Flora’s bord. Het stukje vlees gaat recht naar zijn bord. Triomfantelijk laat hij er zijn mes in ploffen. Zacht als boter, net zoals hij het graag heeft. 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

29 jun 2026 · 13 keer gelezen · 1 keer geliket