Ik ga nu rennen in het park.
Wat als ik op de vlakte sla?
Of: een auto rijdt me
bij het oversteken aan.
Welke laatste regels zal men
dan op deze tafel vinden?
Die verzen luiden grimmig:
'Welk recht heb ik te spotten,
als ik zelf misluk,
zelfs er niet in slaag
gedichten over zepers
als soufflés te bakken?
Ze zakken toch weer in.
Geen klant die wenst te savoureren.'
De aarde heb ik niet dan met
mijn gympen aangeraakt.
Een auto heeft me niet gekust.
Deze regels liggen klaar.
De hardloopsessie heeft me
opgefrist en toegerust.