Wij zitten in een cirkel,
zeventig procent water,
en kijken elkaar aan.
Niemand die ik ken.
De stoelen staan in het gras.
Het is heet, er is geen schaduw.
Ik buk me, schaduw is er niet.
Ik zit strak in het pak, niemand die me ziet.
Ik vlucht het schoolgebouw in.
Scholieren noteren me even,
houden daarna aandacht bij de les.
Docenten knikken niet.
Trappen bestijg ik.
Trappen daal ik af.
De wanden worden rotsen.
Ze laten vegen achter op mijn pak.