Kweeperen

13 jan 2026 · 9 keer gelezen · 1 keer geliket

Hij neemt zijn jas.

De dagen koelen sneller af. 

 

Buiten schiet een merel krijsend weg.

De poes strekt haar rug.

 

In de avondzon springen ze uit het groen.

Zij maakt er gelei van, en likeur voor in de winter.

 

Onder hun donzig zachte vel

voelt hij de vruchten, keihard.

 

Hij draait eraan. Ze lossen niet.

Ze nemen hun tijd en de zon.

 

Het is haar boom en hier zou hij staan.

Ze wou de zon in de kweeperen zien.

 

Ze staat aan het raam en in haar ogen

leest hij de tijd die ze nemen.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

13 jan 2026 · 9 keer gelezen · 1 keer geliket