Heuvels kreunen in de hitte.
Heuvels smakken met hun lippen.
Hij heeft zijn waren opgespaard
en zijn wagen volgestouwd.
Drie dagen deed hij over 't vullen.
Drie dagen bouwde spanning op.
Zijn handkar krijgt hij in beweging.
Zijn spieren spannen, benen trillen.
Twee kalebassen hoort hij klotsen,
en een buis eraan verbonden.
Zijn bolderwagen glijdt een helling af.
Hij vat de stang met beide handen,
stuurt en doet de remmen hijgen.
Hij houdt de bolderkar in toom,
de volle pijp schiet plots naar voren.
De deksel lost, de vloeistof gulpt -
het rijke, opgespaarde vocht.
De warme heuvel slurpt het op.