Hij zat aan de bar met een gezicht
dat op instorten stond,
zijn ogen: twee verroeste schroeven
in een machine die niemand meer wil repareren.
Zij kwam binnen met de wind
aan haar riem, haar jurk een vlag
van goedkope wasverzachter en gemorste wijn.
*Het spijt me,* zei ze,
maar zei het alsof het een ziekte was
die ze onderweg had opgepikt.
Hij wees naar een lege stoel
die kraakte onder het gewicht
van alles wat niet gezegd werd.
*Ze hebben de jukebox gemold,* mompelde hij,
*nu speelt het alleen nog
de stiltes tussen de nummers.*
Ze bestelde een aperol zonder ijs,
zonder citroen, zonder oogopslag.
*Mijn ex heeft een algoritme van me gemaakt,* lachte ze,
*ik heet nu **HerInnering 2.0**
crashte gisteren tijdens een update.*
Hij roerde in zijn negroni met een vinger
die ooit een trouwring droeg.
*Ik heb een zoon van 8 die denkt
dat ik een chatbot ben.*
Buiten kermde een zelfrijdende auto
tegen een lantaarnpaal
geen gewonden, alleen een lege melding:
**Excuses voor het ongemak.**
Toen de kroeg dichtging,
hingen ze in elkaars bluetooth-bereik
twee verloren pakketjes data
zoekend naar een open netwerk.
*Mijn bed is een serverrack,* zei hij.
*Komt wel goed,* loog ze.
Hij keek naar haar lippenstift,
een bloedspoor dat ontsnapt was
uit een mislukte reboot.
In een steeg probeerde hij
een gebroken QR-code
te scannen met zijn telefoon.
*Dit was het huis van mijn moeder,* hijgde hij,
*nu staat er een parkeer-app.*
Ze gaf hem een koffiebekertje
met een lipstickveeg
*Hier,* zei ze, *bevat 2,3% echte emotie.*
*Beter dan niks.*
Ergens huilde een smart speaker
zichzelf in slaap.
Ze lopen elk een andere kant op,
hun stappen geüpload naar asfalt
dat morgen wordt gewist.
Alles wat blijft is een notificatie:
**Poging tot verbinding mislukt.
Opnieuw proberen?**
Hij drukt op **Nee**.
Zij op **Misschien**.
De stad slikt ze allebei in
zoals altijd
bit voor bit.

