Ik wilde het weten: ‘Hoeveel keer wordt een mens verliefd in het leven?’. Betrouwbare bronnen als Flair en Cosmopolitan houden het op drie keer. Het geeft de Liefde alvast een flakkerend aura van enige heiligheid. Drie keer is teleurstellend weinig. Kan het zijn dat we Liefde te weinig vleugels geven?
Ik ging daarom op zoek naar de definitie. Wat is nu die ‘Liefde’? Ik haalde de Van Dale uit de kast, en tot mijn verwondering keken welgeteld drie definities me aan. Alweer drie. Liefde is: 1. Warme genegenheid. 2. Oprechte en warme belangstelling, het op prijs stellen. 3. Voorwerp van liefde. Als dit de definities zijn van Liefde, dan werd ik al een veelvoud van drie verliefd. Ik kan met gerust hart besluiten: we geven Liefde te weinig vleugels, waarbij we vergeten hoe zij ons zoveel vleugels schenkt.
Er zit een sprankeltje Liefde in alles wat we doen: we moedigen aan, we nemen de tijd om iemands verhaal te beluisteren, we gaan zitten en troosten. Liefde moet ook echt wel warm zijn, want ‘warm’ komt twee maal voor in de officiële definitie. Hoe warm, hoor ik mezelf vragen. Een plakkerige 30°C? Zacht knetterend haardvuur? Of is het de winterzon achter glas?
Wat ik mis in de definitie is kwetsbaarheid. Naast de vele schakeringen warmte die ik absorbeerde in de vele gedaanten die Liefde is, herinner me ik ook hoe breekbaar Ze in de hand kan liggen: een musje dat tegen het keukenraam vloog, en waarvan je hoopt dat de warmte van je huid het kleine wezen redden kan. Soms lukt het, soms is het ijdele hoop en volgt ijskoud verdriet. Op zo’n moment zit niemand te wachten op hartjes uit chocolade, of geïmporteerde rozen.
Ik werd ook verliefd op boeken, op muziekstukken, op dagelijkse tafereeltjes. Zo zag ik hoe een jong meisje een oudere vrouw toesnelde op de roltrap. Ze greep naar de tengere, rimpelige hand van rijstpapier. De oude vrouw barste in een prachtige glimlach uit. Daar kon je de vinger op de warmte leggen. Ik keek nog even om terwijl de roltrap me naar boven bracht. De vrouw en het meisje glinsterden in het lage winterzon.
Liefde kan ook het voorwerp zijn. Mijn Liefde. Nu Ze echter een heilige status over zich afriep, vind ik het moeilijk om mij de Liefde toe te eigenen. Zij kan nooit iets of iemand zijn. Liefde kan nooit een voorwerp zijn. Iemand kan nooit iemands bezit zijn. Liefde mag nooit angst zijn om iemand te verliezen. Liefde kan nooit haar betekenis krijgen zonder dat er verlies aan verbonden wordt. In het verlies kennen we Haar echt.
Soms zou ik het zo graag willen zeggen: ‘Ik hou van je’. Maar hoe leg je uit dat het ‘houden van’ een compleet andere betekenis heeft dan de enge, romantische manier die wij ervan gemaakt hebben? Wat als het ‘houden van’ gewoon diepmenselijk betekent? Ik blijf het onlogisch vinden dat we enkel maar oog hebben op partnerrelaties. Ergens klopt het niet dat Liefde een grens kent. Ik wens de wereld een plotse herontdekking van diepmenselijke liefde. Hoe mooi zou het niet zijn, mochten we kunnen zeggen: hé, ik herken een deel van jou in mij. We hebben stormen bedwongen. Ik zie de gebroken takken, maar evenals de twijgjes die opnieuw leven brengen.
Soms laat iemand je verwonderd achter. Verwonderd over jezelf, omdat je zomaar nieuwe inzichten cadeau krijgt van deze persoon. Verwonderd over de andere, want wat heeft die energie zelfs na alles wat hij of zij meemaakte. Net die empathie, net die liefde, maakt het leven zo mooi. We willen allemaal het geluk vinden. En soms kan het die persoon zijn die net je eigen geluk onthult.
We hebben allemaal Liefde in ons. Meer dan we denken, en misschien worden we het ook niet meer geleerd om het te tonen. Ik merk ook de grenzen die we onszelf opleggen. Kwetsbaarheid is ver zoek.
Misschien moet ik er dan maar mee beginnen. Met het zeggen van: ‘Ik hou van jou’, en zien wat het teweeg brengt. Wen alvast maar aan die nieuwe vleugels.