Een dichter is een geigerteller.
Radiostralen neemt hij waar.
Hij meet, vergroot hun kracht en vormt
ze om in golven naar ons oor.
Hij beschrijft de continue
stroom in tikken die verspringen,
klikken die de lezer hoort.
Raadselachtig is zijn rijk.
Hij tovert met de waarden van
waarschijnlijkheid. Hij seint acuut
gevaar in enerverend tikken
en komt uit bij werkelijkheid.