De leilinde maakt mijn buren blij.
Hij loopt uit en zal hun tuin beschermen.
De boerenjasmijn springt op dezelfde trein.
Hij schiet op, staat vol en strekt zijn witte
bloemkopjes boven de grijze betonnen muur uit.
Hij gaat nu al geuren, anders dan kastanjebomen!
Zij fleuren op: roze-witte kegels
wiegen op hun takken. Stampers kleuren geel.
Onder uitgebloeide hulst en els
hangen vliegjes en muggen. Ze dansen voor
mijn neus. Ik knipper met mijn ogen,
snel sluit ik mijn mond.