Ergens in het duister van mijn hoofd
kwam jij door een vonk tot leven
Stil in een hoek
wachtend tot je nodig was
De regen viel
Donkergrijs en wolken
Angst en troost zocht ik
diep vanbinnen
Mijn hoofd en tranen op je schouder
Wachtend op de terugkeer van het licht
Een tipje van de sluier
een waakzame blik om de hoek
Onverbiddelijke melancholie
duwde me weer naar buiten
om groot te worden zo zonder haar
in mijn eenzaam - zijn
Wachtend tot ze weer nodig was.
Niet meer, niet minder
en toch veel te lang
liet ik je wachten
tot ik niet meer zonder kon
Verlammende stormen in mijn ziel
jouw hand nam de mijne
op weg naar de oorverdovende stilte.
Een blik in het ongewisse
waarvan ik het bestaan niet ken.
Lieve Melancholie, als een schaduw aan mijn zijde
samen in een doolhof
dat het leven zou moeten zijn.
Verdwaald en toch niet verloren
ergens in het midden
een heel klein licht.
Melancholie, mijn echte vriendin.
je liet me los, liet me gaan.
Je zag het verdriet maar ook de vreugde
woekeren in mijn ziel
Op een afstand
zag je hoe ik groeide,
hoe ik opnieuw leerde staan.
Eindeloze stormen
Donder, donker en lang
Zonder duister hoekje om te schuilen
Heel klein en zo ontzettend bang.
Het zwarte onkruid in mijn ziel
brak me in duizend kleine stukken.
en nooit meer helemaal heel.
Fladderend, kloppend
klein hart naast het mijne.
Melancholie, mijn duistere vriendin, schaduw aan mijn zijde
Een warme glimlach en ik toon je de mijne.
Melancholie, mijn eeuwige vriendin
Wees mijn duister kantje
dat niemand echt kan zien.
Geef me vreugde en de liefde
en dat beetje gezond verdriet.
Zonder dat kan niemand leven
zonder dat kan een ziel
een mens
nooit echt overleven.