In de achtertuin was het een drukte van jewelste. Meneer Metsel, een echte bouwer met een feloranje helm en een gereedschapsriem, was op bezoek. Hij had een grote kruiwagen vol met zware, rode bakstenen bij zich en een glanzende troffel. Sam en Beer stonden er met grote ogen naar te kijken.
"Kijk eens jongens," zei meneer Metsel trots, terwijl hij op een baksteen tikte. "Als je deze recht op elkaar stapelt, kun je van alles maken. Wat zouden jullie willen bouwen?"
Sam sprong in de lucht. "Wij gaan een reusachtig ridderkasteel metselen! Met een ophaalbrug en kantelen om te verdedigen!"
"Nee, een herrie-toren!" juichte Beer, die dol was op muziek. "Een hele hoge toren waar we bovenin op trommels kunnen slaan zodat de hele buurt het hoort!"
Meneer Metsel knikte enthousiast. "Goed plan. Laten we beginnen. Ik ga het cement mengen om de stenen aan elkaar te lijmen." Hij liep naar zijn kruiwagen, maar bleef toen plotseling verbaasd staan. Hij krabde op zijn oranje helm. "Hé... dat is vreemd. Mijn grote zak met cementpoeder is weg. Ik weet zeker dat ik hem hier had neergezet."
Zonder cement konden de stenen niet blijven plakken. Sam en Beer zochten achter de struiken en onder de tuintafel, maar de zak was spoorloos verdwenen. De hele bouwdag dreigde in het water te vallen.
"Geen paniek! De assistent-bouwer is hier!" klonk een luide stem.
Karel de Kikker kwam vrolijk de veranda op gehuppeld. Hij droeg een omgekeerd bloempotje als bouwhelm en sleepte een enorme, loodzware plastic emmer met zich mee. Toen hij bij de stapel bakstenen stilstond, liet hij de emmer met een luide PLONS zakken. Er steeg een heerlijke, zoete geur op in de tuin.
Meneer Metsel keek in de emmer en trok een wenkbrauw op. "Karel... is dat wat ik denk dat het is?"
"Pindakaas!" riep Karel trots, terwijl hij een grote klodder met zijn poot omhoogschepte. "Met extra stukjes noot voor de stevigheid! Ik vond het cementpoeder veel te saai en grijs. Pindakaas plakt ook supergoed aan je gehemelte, dus waarom niet aan bakstenen?"
Sam en Beer moesten giechelen. Meneer Metsel bekeek de dikke, kleverige substantie, haalde zijn schouders op en zei: "Nou ja, we kunnen het proberen!"
Met de troffel smeerden ze dikke lagen pindakaas tussen de rode stenen. Binnen een uur stond er een prachtig, klein kasteeltje in de tuin. Het was misschien niet stormbestendig, maar het rook wel ongelooflijk lekker en de vogeltjes in de tuin hadden er wekenlang plezier van.