Deejay

Gebruikersnaam Deejay

Over Deejay

Ik schrijf en publiceer materiaal op verschillende sites. Als het op dichtkunst aankomt, gaat het veelal over waar ik van houd en de angst voor vergankelijkheid. Ik vind het interessant om de verschillende stijlen die ik hier tegenkom te lezen en hoop dat mijn werk voor u herkenbaar is of u doet denken

Opleiding

VWO

Varia

Interesse voor geschiedenis

Teksten

Geluid in de schoorsteen

Het was een ijskoude, sfeervolle winteravond. Buiten gierde de wind om het huis en dwarrelden er dikke sneeuwvlokken naar beneden. Binnen was het juist heerlijk warm en gezellig. Sam en Beer zaten in hun pyjama voor de open haard. Ze vierden hun eigen kleine winterfeestje. Er stond een grote mok warme melk met een dikke laag slagroom op tafel, omringd door een schaal vol zelfgebakken kerstkoekjes. Net toen Sam een hap wilde nemen van een koekje in de vorm van een kerstboom, klonk er een angstaanjagend geluid uit de schoorsteen.KRAK! BOEM! SKIEEP-SKIEEP-FLAP! Sam liet zijn koekje van schrik in de melk vallen. "Beer... hoorde je dat?" fluisterde hij met grote ogen.Beer kroop dicht tegen Sam aan en hield zijn pluche oren vast. "Ja! Het komt uit de haard! Zou... zou het de Kerstman zijn die veel te vroeg is en klem is komen te zitten met zijn dikke buik?""Of een hongerig, harig schoorsteenmonster dat dol is op kerstkoekjes en warme melk?" beefde Sam. Het geluid werd steeds luider. KRAB-KRAB-KRAB. De spanning was om te snijden. Plotseling viel er met een enorme PLOF een gigantische wolk van zwart roet en as uit de schoorsteenopening, recht op het tapijt. Sam en Beer hielden hun adem in en deden een stap achteruit. Toen de zwarte stofwolk een beetje optrok, zagen ze een gedaante zitten. Het wezen was van top tot teen gitzwart. Zelfs de ogen waren nauwelijks te zien. Maar het wezen droeg geen rode kerstmanjas en het had ook geen monsterlijke klauwen. In plaats daarvan hield het een grote, felroze plumeau en een plumeauborstel vast. Het zwarte figuurtje knipperde met zijn ogen en schudde zichzelf uit, waardoor er nog een extra wolk roet door de kamer vloog. Hatsjoe!"Karel?!" riep Sam verbaasd.Het zwarte wezen glimlachte, waardoor er een rij witte tanden zichtbaar werd. "Hallo jongens! Ik dacht: het is winter, we stoken de open haard vaak op, dus de schoorsteen moet blinkend schoon zijn voor de gezelligheid. Ik ben via het dak naar binnen geklommen!" "Je bent helemaal zwart, Karel!" lachte Beer, wiens pluche buik weer ontspande. "Je lijkt wel een levend stuk steenkool!"Karel keek naar zijn eigen groene pootjes, die nu pikzwart waren. "Ah, een kleine beroepsdeformatie van een topassistent. Maar kijk eens hoe mooi schoon het daarboven nu is!" Hij liep direct naar de tafel, liet een zwart roetspoor achter op het kleed en nam een grote slok warme melk. Binnen een minuut had hij een witte melksnor over zijn zwarte gezicht.

Deejay
0 0

Metselen

In de achtertuin was het een drukte van jewelste. Meneer Metsel, een echte bouwer met een feloranje helm en een gereedschapsriem, was op bezoek. Hij had een grote kruiwagen vol met zware, rode bakstenen bij zich en een glanzende troffel. Sam en Beer stonden er met grote ogen naar te kijken. "Kijk eens jongens," zei meneer Metsel trots, terwijl hij op een baksteen tikte. "Als je deze recht op elkaar stapelt, kun je van alles maken. Wat zouden jullie willen bouwen?"Sam sprong in de lucht. "Wij gaan een reusachtig ridderkasteel metselen! Met een ophaalbrug en kantelen om te verdedigen!""Nee, een herrie-toren!" juichte Beer, die dol was op muziek. "Een hele hoge toren waar we bovenin op trommels kunnen slaan zodat de hele buurt het hoort!" Meneer Metsel knikte enthousiast. "Goed plan. Laten we beginnen. Ik ga het cement mengen om de stenen aan elkaar te lijmen." Hij liep naar zijn kruiwagen, maar bleef toen plotseling verbaasd staan. Hij krabde op zijn oranje helm. "Hé... dat is vreemd. Mijn grote zak met cementpoeder is weg. Ik weet zeker dat ik hem hier had neergezet."Zonder cement konden de stenen niet blijven plakken. Sam en Beer zochten achter de struiken en onder de tuintafel, maar de zak was spoorloos verdwenen. De hele bouwdag dreigde in het water te vallen. "Geen paniek! De assistent-bouwer is hier!" klonk een luide stem.Karel de Kikker kwam vrolijk de veranda op gehuppeld. Hij droeg een omgekeerd bloempotje als bouwhelm en sleepte een enorme, loodzware plastic emmer met zich mee. Toen hij bij de stapel bakstenen stilstond, liet hij de emmer met een luide PLONS zakken. Er steeg een heerlijke, zoete geur op in de tuin. Meneer Metsel keek in de emmer en trok een wenkbrauw op. "Karel... is dat wat ik denk dat het is?""Pindakaas!" riep Karel trots, terwijl hij een grote klodder met zijn poot omhoogschepte. "Met extra stukjes noot voor de stevigheid! Ik vond het cementpoeder veel te saai en grijs. Pindakaas plakt ook supergoed aan je gehemelte, dus waarom niet aan bakstenen?" Sam en Beer moesten giechelen. Meneer Metsel bekeek de dikke, kleverige substantie, haalde zijn schouders op en zei: "Nou ja, we kunnen het proberen!"Met de troffel smeerden ze dikke lagen pindakaas tussen de rode stenen. Binnen een uur stond er een prachtig, klein kasteeltje in de tuin. Het was misschien niet stormbestendig, maar het rook wel ongelooflijk lekker en de vogeltjes in de tuin hadden er wekenlang plezier van.

Deejay
0 0

Verjaardag

De hele huiskamer hing vol met kleurrijke slingers en ballonnen. Sam was vandaag jarig en hij droeg een glanzende, gouden feesthoed. Beer had speciaal voor de gelegenheid zijn netste rode strikje omgeknoopt. Alles was perfect, op één heel belangrijk ding na. "De slingers hangen en de liedjes zijn gezongen," zei Sam, terwijl hij op de klok keek. "Maar waar blijft de verjaardagstaart?"Beer zuchtte en schudde zijn hoofd. "Karel had beloofd om de taart uit de keuken te halen. Dat is al twintig minuten geleden. Als assistent is hij soms een beetje... traag." Plotseling hoorden ze een vreemd, schurend geluid in de gang. Schuif... bonk... piep...De keukendeur vloog open en er rolde een enorme, vierkante kartonnen doos de kamer in. De doos was ingepakt in glanzend cadeaupapier, maar hij gedroeg zich helemaal niet als een normaal cadeau. De doos begon te trillen, maakte een sprongetje in de lucht en stuiterde toen wild in de rondte. "Zou de bakker de taart in een springende doos hebben gestopt?" vroeg Beer verbaasd, terwijl hij snel achter de bank sprong om dekking te zoeken.BOEM! De zijkanten van de doos klapten met een luide knal uit elkaar. Een enorme wolk van roze en witte slagroom vloog door de kamer. Midden in de ravage zat Karel de Kikker. Hij zat werkelijk van top tot teen onder de slagroom. Er plakte zelfs een grote, rode marasquin-kers precies tussen zijn twee grote kikkerogen. In zijn poot hield hij een leeg taartplateau vast. Er lag alleen nog één klein kruimeltje chocolade op."Gefeliciteerd met je verjaardag, Sam!" riep Karel met een overvolle mond. Hij slikte moeizaam en nam een diepe teug lucht. "De taart was écht heel erg lekker. Ik moest hem onderweg testen om te kijken of de bakker wel genoeg suiker had gebruikt. Pure plicht als assistent!" Sam en Beer keken naar Karel, toen naar de muren vol roze slagroom spatten, en barstten toen in lachen uit. Gelukkig was Beer een slimme knuffel: hij had in de keuken nog een enorme stapel pannenkoeken verstopt. Zo werd het alsnog een heerlijk feestje.

Deejay
0 0

Op bezoek

Het was een rustige middag in de huiskamer. Sam zat op het tapijt met zijn houten trein te spelen, terwijl Beer met zijn pluche pootjes probeerde een ingewikkelde puzzel op te lossen. Plotseling klonk er een luide, plechtige klop op de voordeur. BOEM-BOEM-BOEM! "Snel, Beer! Dat moet oom Jan zijn!" riep Sam enthousiast. "Zet de grote theepot maar alvast klaar, dan pak ik de speculaasjes!"Beer hobbelde haastig naar de keuken. Maar nog voordat Sam de deurklink kon vastpakken, zwaaide de voordeur al krakend open. Er stapte een figuur naar binnen, maar het zag er heel vreemd uit. Oom Jan droeg altijd een nette jas, maar deze bezoeker was heel klein. Sterker nog, de bezoeker bestond bijna volledig uit een reusachtige, zwarte cilinderhoed die over de vloer schoof. Onder de rand van de hoed klonk plotseling een heel on-oom-achtig geluid: Hihihi! Giechel-de-giechel! De hoed begon wild heen en weer te rennen en botste pardoes tegen de salontafel."Help, Sam! Een wandelende, spionerende hoed!" riep Beer, die net met de theepot de kamer in kwam lopen. Hij was zo geschrokken dat de theekopjes rammelden op zijn dienblad. Net op dat moment stapte de échte oom Jan lachend door de openstaande voordeur. "Ik ben dan wel mijn hoed kwijt, maar ik geloof niet dat ik zó klein ben geworden, Beer!"FLOP! De reusachtige hoed viel achterover op het tapijt. Er kwamen twee grote, glanzende kikkerogen tevoorschijn, gevolgd door een brede, groene snuit. Het was Karel de Kikker, hun inwonende vriend en assistent. Hij had een paar oude schoenen van oom Jan aangetrokken en de hoed over zijn hele lijf getrokken. "Ik ben de assistent-oom!" riep Karel trots, terwijl hij wild met zijn groene kikkerpootjes zwaaide. "Ik kwam de kwaliteit van de speculaasjes controleren!"Oom Jan moest zo hard lachen dat zijn dikke buik ervan schudde. Hij pakte Karel op en zette hem op de beste stoel. Karel kreeg als allereerste een koekje, dat hij in één grote hap doorslikte. 

Deejay
0 0

The Dragon Spell

De as van zijn verbrande dorp zat nog aan Kaels kleren, maar zijn blik was strak op het Fluisterwoud gericht. Een reusachtige groene draak, Ignis, had zijn ouders meegenomen. Kael was pas veertien, ongewapend en doodsbang. Toch zette hij door. Een ritselend geluid tussen de struiken deed hem naar zijn zakmes grijpen. Er stapte geen monster tevoorschijn, maar een das met een felle, gemberkleurige baret op zijn kop. "Je loopt de verkeerde kant op, mensenkind", sprak het beest een schorre stem. Kael deinsde achteruit. "Je... je spreekt?" "Natuurlijk spreek ik," snuifde de das. "Ik ben Barnaby. En als jij Ignis wilt verslaan, heb je meer nodig dan een schilmesje. Je hebt de Dragon Spell nodig. De enige spreuk die in staat is om zijn schubben te doorboren."  Vanuit de boomgrens boven hen klonk het schrille gelach van Pip, een eekhoorn met een glanzende vacht. Zij liet zich langs een stam zakken. "En die spreuk ligt verborgen in de Ruïne van de Eerste Meester, Kael. De boze tovenaar die ooit het Gouden Astrolabium stal van de smid uit jouw dorp." Kael friste zijn geheugen op. "De smid vertelde altijd over die schat. De tovenaar wilde hem omsmelten tot het Almachtig Amulet" "Precies," knikte Barnaby ernstig. "Maar de magiër maakte een fout bij zijn duistere ritueel. Zijn eigen laboratorium ontplofte en hij verdween in het niets. De draak die hij als waakhond hield, nam de grot over. Nu bewaakt Ignis zowel de schat als jouw gevangen familie. Wij helpen je." De drie trokken urenlang samen op. Barnaby bleek een meester in het vinden van veilige paden, terwijl Pip van boomtop naar boomtop sprong om de omgeving te verkennen. Kael voelde voor het eerst sinds de ramp weer hoop. De dieren waren niet zomaar gidsen; ze deelden hun schaarse bessen met hem en hielden hem warm tijdens de koude nacht. Er ontstond een hechte band. Kael begon hen als zijn eerste echte vrienden te beschouwen. De volgende middag bereikten ze de magische doolhofmuren van de ruïne. Grote, levende klimplanten met scherpe dorens versperden de weg. "Mijn taak zit erop, Kael," zei Barnaby plotseling met een weemoedige blik. "Doolhoven zijn niks voor dassen. Maar ik leid de vleesetende planten af zodat jij erdoor kunt." Voordat Kael kon protesteren, groef Barnaby zich met razende snelheid onder de wortels door, waardoor de planten luidruchtig begonnen te trillen en te happen naar de grond. De weg was vrij, maar Barnaby was diep in de aarde verdwenen om niet meer terug te keren. Kael slikte de angst weg en rende samen met Pip de ruïne in. In de ijskoude centrale kamer vonden ze een stenen altaar met een blauw gloeiend perkament. "Lees het hardop," fluisterde Pip, terwijl hij alert op Kaels schouder sprong. "Zodra de woorden je lippen verlaten, nestelt de magie zich in je geest." Kael las de hoekige letters op het eeuwenoude document: "Ignis vincere, vincula abrumpere." Een warme schok golfde door zijn armen. De letters verdwenen, om zich vervolgens in zijn geheugen te branden. Net toen Kael Pip wilde bedanken, klonk er buiten een angstaanjagend geluid. De draak was in aantocht en landde pal voor de smalle uitgang van de ruïne. "Ik leid hem af. Zorg dat je zo snel mogelijk de kooi opent!", riep Pip vastberaden. "Nee, Pip, het is te gevaarlijk!" riep Kael, maar de eekhoorn schoot al als een bliksemschicht door de spleten van de muur, vlak langs de neus van de draak. Ignis sloeg een kreet en zette de achtervolging in, verder en verder van het labyrint. Pip lokte het monster weg, maar Kael wist dat de kleine eekhoorn niet meer terug zou kunnen komen. Hij was nu echt alleen. Met een zwaar hart maar vol vastberadenheid rende Kael naar het hol waar de gevangenis moest zijn. De temperatuur verstike hem. Achterin de grot zaten zijn ouders in een ijzeren kooi. Naast hen glinsterde de gestolen schat van de smid: het Gouden Astrolabium. Plotseling verduisterde de ingang. Ignis was teruggekeerd, met goudgele ogen die brandden van woede. Er was geen das meer om de weg te wijzen, en geen eekhoorn om de aandacht af te leiden. Kael stond er alleen voor. "Een kind," morde de draak, terwijl de grond trilde. "Dacht je echt dat je mijn buit kon stelen?" Ignis sperde zijn muil open en spuwde een huizenhoge muur van vuur. Kael sloot zijn ogen niet. Hij dacht aan zijn familie, en de geofferde zielen van Barnaby en Pip. Hij hief zijn handen en riep met alles wat hij in zich had: "Ignis vincere, vincula abrumpere!" Een ijsblauwe lichtstraal schoot uit zijn handpalmen. De straal spleet de vuurzee doormidden en trof de draak recht in zijn borst. De ondoordringbare groene schubben begonnen te barsten als glas. Met een laatste knal die alle oren verdoofde stortte het reusachtige beest ineen. De kooi van zijn ouders sprong open. Kael rende naar hen toe en viel in hun armen. Hij had zijn familie gered en de dorpsschat heroverd. Terwijl ze de grot verlieten, keek Kael nog één keer om zich heen in het Fluisterwoud, dankbaar voor de vrienden die hem tot aan de drempel van zijn overwinning hadden gedragen. 

Deejay
0 0

Barcode

In het café hangt de geur van oud bier en een citroenachtig schoonmaakmiddel, waardoor de muren nog geler lijken dan ze daadwerkelijk zijn. Mijn vrouw is weg met haar vriendinnen vandaag. Een uitgelezen kans om een dag aan de bar door te brengen. Ondanks dat ik het thuis heerlijk vind, nog steeds na al die jaren, blijf ik behoefte hebben aan de gezelligheid die daarbuiten op een mens ligt te wachten. De supporters zijn in steeds luider wordende gesprekken en kreten over de wedstrijd verzonken. Twee clubs die ik zelf nog nooit heb zien spelen, zijn hier schijnbaar mateloos populair. Terwijl alle plekken worden bezet door druk met elkaar sprekende groepen, zit aan een kleiner tafeltje iemand eenzaam achter een computerscherm. Ik zie vanaf de zijkant hoe hij druk in zijn telefoon zoekt. Zijn grijze pak is eigenlijk net te groot voor zijn postuur. De beltoon piep zijn weg uit de telefoon. Niemand lijkt erdoor afgeleid te raken, maar bij mij komt het duidelijker binnen. De man opent een gesprek: “Ik zou u willen vragen of u volgende week kunt langskomen,” begint de man, met een vlakke, zakelijke toon. “We hebben bij MegaMarketResearch wat informatie over uw bedrijf nodig voor ons onderzoek. Ja, kunt u op dinsdag? Hartstikke mooi. Bedankt en tot dan!” Hij legt de telefoon heel even op de tafel voor hem neer, om hem na exact drie seconden weer in de hand te nemen. Met lichte nieuwsgierigheid observeer ik hoe de man een nieuw nummer lijkt in te toetsen. Terwijl hij opnieuw een verhaaltje afsteekt, zit ik plotseling vol verbazing op de kruk. De woorden die hij spreekt zijn bijna identiek. Alleen de “dinsdag” is veranderd in een “woensdag”. Een snelle blik opzij. Ik pak het ongebruikte bierviltje dat naast mij op de toog ligt. Er zit een kring van eerder op de dag op het karton, die een achtergelaten spoor van een van de zovele bargasten kort had vastgelegd. In mijn binnenzak bevindt zich nog een blauwe pen die op het witte vierkantje kan schrijven. Het eerste turfje. Vluchtig lijkt de mysterieuze beller iets in zijn computer in te vullen. Hetzelfde patroon herhaalt zich wederom: “Wij zouden het waarderen als u volgende week op bezoek kunt komen. We hebben als MMR graag wat informatie over uw bedrijf voor ons onderzoek. Ja, wilt u op donderdag? Hartstikke goed. Hartelijk dank en tot ziens!” Streepje twee. Nieuwe ronde. “MMR heeft graag wat informatie over uw bedrijf voor onderzoek.” De ruimte begint te veranderen. Het stemgeluid wordt monotoner. De woorden die hij spreekt, lijken steeds meer iedere andere gedachte te verdringen. “U bent op vrijdag beschikbaar?” Een tevreden geluid na de bevestiging. Zonder enig meetwerk voel ik de temperatuur stijgen. Weer hetzelfde script. “MMR….” Ik merk dat mijn hoofd strak blijft staan, met grote ogen. In mijn nek ervaar ik een lichte tinteling. De wereld voelt minder solide dan ik haar ken. De witte kleur rondom het reclamelogo verdwijnt steeds verder onder de druppels inkt. Steeds meer verticale streepjes. Vijf, zes, zeven. Waar gaat deze man nog meer naartoe bellen? De signalen komen niet meer goed bij me binnen. De herrie van de voetballiefhebbers verdwijnt langzaam maar zeker, tot er slechts een onderwatergeborrel overblijft. Ik ruik de citroen scherper dan eerst. Een haast chemische lucht doet mijn gezicht vertrekken. Ik ervaar niets meer buiten mijzelf, de beller en die angstaanjagende stem. Mijn vingers zijn blauw van alle inkt. Meer piepjes. Hij begint opnieuw. Met het voorbijkomen van de klanken van zijn steeds vreemder klinkende stemgeluid zet ik een nieuwe streep. Alles is vol. Geen pennenstreek past meer op het voorwerp. Maar de man blijft, terwijl ik de duizelingen voel, praten. Ik hoor niet eens meer wat hij zegt. Mijn hoofd probeert over mijn schouder te kijken. Niets lukt meer. Ik lijk van het zitvlak af te vallen. Het mobieltje in mijn binnenzak trilt. De vibratie doet me ontwaken uit mijn bubbel, terwijl ik een gevoel krijg alsof ik een zware kater te pakken heb. Ik had de ringtone onder het lawaai waarschijnlijk niet eens kunnen horen. Een onbekend nummer belt mij. Zodra ik opneem, is eerste dat ik hoor: “Goedemiddag. U spreekt met Tom Verhaegen van MMR. Ik zou u willen uitnodigen….” Zijn hoofd draait mijn richting uit. Voor het eerst hebben we direct contact. De zweetdruppels moeten duidelijk zichtbaar van mijn voorhoofd naar beneden zijn gerold. De verbazing en paniek lijken iets te zijn waar hij hongerig naar is, zonder dat hij er direct op reageert. Ik kijk in zijn wazige gezicht en indringende ogen. Het ziet er getekend uit. Maar terwijl ik hem aanstaar, lijken al zijn trekken vloeibaar te worden. Alle rimpels die zijn gezicht rijk is, verdwijnen als rimpelingen op het water. Alleen een massa met een vreemde vleeskleur is nog zichtbaar. Mijn gehoorgang vult zich met een overweldigend gesuis. Ik stik bijna in de doordringende lucht die om mij heen hang.  De lampen in de kroeg lijken door te branden. Nadat al het gele licht is uitgevallen, maakt het plaats voor de witte gloed van tl-buizen aan het plafond. Mijn blik richt zich op mijn hand, waarmee ik nog steeds driftig streepjes probeer te zetten op het kleine viltje. Het viltje is er helemaal niet. Het papier onder mijn pen is een getypte tekst, die door mijn gekras inmiddels onleesbaar is geworden.  Er klinkt nog steeds een stem in mijn oor, maar het geluid verandert van richting. De stem van Tom Verhaegen wordt vervangen door een lagere stem, die recht van voren in plaats van via de zijkant binnenkomt. De beller van MMR is veranderd in een man met een strak uniform. Een gestalte zonder telefoon, die naar voren leunt over de tafel waaraan wij beiden zitten. Zonder kraak spreekt hij me toe: “Meneer Verhaegen? Stop eens met het onderkliederen van de formulieren. Alles is al bekend. Uw bedrijf heeft illegale pillen doorgesluisd naar allerlei slachtoffers. Ieder detail van uw praktijken is door ons ontrafeld. Dit is geen café. Dat weet u na drie uur verhoor best." Ik bekijk het blad peinzend. Met al het blauw heb ik de tekst van mijn eigen bekentenis weg proberen te vegen. Elke poging is echter kansloos. Ik zit hier, omdat ze het al weten. Mijn vrouw weet het ook al. Het gezellige stadje waar ze met Marian en Petra heen zou gaan, bestaat helemaal niet. Ze is vertrokken naar haar zus. Toen de politie voor de deur stond, vluchtte ze, zoals ik dat nu tevergeefs ook geprobeerd heb. De dag aan de bar is slechts de laatste vluchtroute die mijn geest heeft verzonnen om de ondergang van mijn medische praktijk te vermijden. De zware deur valt in het slot. Ik zit alleen, precies zoals toen ik het idee van mijn kliniek bedacht. 

Deejay
14 1