Midden in elke dag.
Mij aan de kant gevonden.
Volop maar leeg.
Woorden in waas.
Tranen bedwongen.
Niets om op te leggen.
Vinger zonder pols.
Sluier opgeheven.
Oevers verdwenen in de oceaan.
Wie groeit er vanonder mijn afbrokkelende funderingen?
Ik hoor.
Ik zie.
Ik voel.
Opgelegde leven geleefd.
Ongeleefd.
Schaakmat.
Regels ontregelen mijn natuur.
Mijn ziel ingeleverd.
En toch schijnt de zon nog mooi
Hoop.

