Dat zij mij geloot heeft, is mij onbekend. Heeft zij vanmiddag al gedood?
De tonen van de passo doble klinken. Ik heb haar meteen herkend.
Capes leiden me van haar af. Mijn karakter kent ze al.
Lang geleden heeft ze mij verleid. Ik voel nog steeds haar hand.
Publiek joelt, peones sarren en ook een picador.
Het bloed uit mijn nek maakt me horendol.
Zij danst met lichte passen. Flanel houdt zij me voor.
Mijn bolle ogen merken donkerrode vlekken op de lap.
Weerhaken van de banderillas vergroten pijn en razernij.
Mijn mond hangt open, mijn schacht schokt, strekt zich niet.
Ik schuif rakelings langs haar lenden, besmeur haar dijen en haar schoot.
Zij streelt mijn heupen. Mensen roepen, klappen. Daarna een trompet.
Minuten duren uren. Een muleta leidt me om haar heen.
Haar mond tuit alsof ze heel wat durft. Een estoque richt zij op
mijn wond. Ik snak naar adem, buig het hoofd nog meer en stoot.
Zij trekt de doek met vlekken weg en treft me in het hart.