Ik begaf me op het schrijverspad
en sprokkelde woorden bijeen.
Ik struikelde en liet ze vallen,
ze lagen overal om me heen
Ik begaf me op het schrijverspad
en schraapte mijn woorden bij elkaar,
legde ze op een rommelige stapel.
het einde was nog lang niet daar.
Ik begaf me op het schrijverspad
met in mijn armen een wirwar van woorden
twijfelend tussen terug of verdergaan,
nu ze nog nergens toe behoorden.
Ik bevond me op het schrijverspad
bij het momentum aangekomen,
waarop de woorden die ik had,
hun plaats hadden ingenomen.

