Ik stond niet te springen om te sterven in eenzaamheid,
Ook mijn liefde heeft beperkende grenzen,
Limieten riepen als knallende botsauto's zonder inzittenden,
Gekleurde cirkels van wantrouwen kreunen in de leegte,
Ongeziene zekerheden schuilen achter hoeken van mijn ziel,
Ik open nog gauw een deur of twee,
Eentje van duister geconditioneerde gedachten,
Een ander van ongekend verzachtende kracht,
Na jou, zeg ik met zoekende glimlach.
