Ik proef teleurstelling in de wereld,
in anderen, in alles om me heen,
in wat ik ooit verwachtte van mezelf,
in wat ik ben en wat ik had willen zijn.
Vandaag is zij wat zuurder dan voorheen,
bitter als een vrucht die is vergeten,
langzaam in het donker ligt te rotten,
en die de wereld reeds heeft verstoten.
De woorden blijven steken, half gesmoord,
verslikken zich, hun samenhang gestoord,
tot letters die zich, los van mij, verspreiden,
een koeterwaals dat nergens toe kan leiden.
Ik sluit mijn mond.
De smaak blijft.
