niettemin ben ik van mening
dat ik niet te min ben,
tenminste niet de minste
om iets te menen
over minderheden
of meerwaarden
uiteraard heb ik een zeker zwak
voor uiterwaarden,
zinkgaten,
met vallen en rechtpraten
rol ik wegennetten uit
om in te dwalen
en uit te zoeken wat ik vind
ik kan helaas weinig zeggen over
ditjesdatjes
oorwatjes
wissewasjes
poespasjes
jarretelles
nieteswelles
borrelpraatjes volg ik niet
ik drink mijn thee alleen
small talk is te klein
voor wie wagenwijd wil zijn
nog minder ben ik te spreken over
plus- en minpunten die elkaar
gemiddeld genomen opheffen:
op gemene delers
kun je immers niet vertrouwen,
er moeten handen uit de mouwen
voorts ben ik het oprecht oneens
met haperende draaideuren
niet geaarde stekkerdozen
bezitterige bedwantsen
de afwas van gisteren
dagresten in je slaap of
slaapresten in je dag
en niet te vergeten:
mopperbazen, angsthazen, volle blazen
en wat al niet
en wat Dies meer zei
maar die spreekt vanzelf
ik spuit vrijelijk mijn elfjes
over
alles wat
mij niet zint
ik geef mijn mening
gratis
daarentegen
kan ik mijzelf voluit vinden
in louterende lenteregen, in
er geen doekjes meer om winden
in vrijbaanswegen
en klankklare zinnen
maar bovenal
in nooit meer verzwegen
onbevangen minnen

