stuurt ons voort
in een eindeloze stroom van
ditjedatjes dingetjes van dingetjes
en hop: nog een dingetje
en faldera er achterna
we lopen ervan weg
en staan eindeloos in de wachtrij
het onding houdt ons vast
als een ontketende ontworteling
van een ontwording
tot een hopeloos niets
neerkijkt in de doodse zucht
van verveling