dat van de blinde ziener die overal het antwoord op wist waarvan gezegd werd dat
wanneer hij de vlinders met de stem van een kleine kinderhand tot zich kon roepen
waarop zij zich volslagen reddeloos te pletter bleven vliegen tegen
zijn lichaamsvreemde huid verkleefd met de vlezige vulling van afwezige
taart
dat was een leugen
me heimelijk toevertrouwd op het moment waarop ergens op de wereld
een oude vergeelde wolk
vreemd ging
ranzige wensen tegemoet, wanstaltige dromerijen
met een bitter einde
