Een gelukjaar
Dan vlecht de zon bloesem in mijn hoofd
strijk ik neer. Het water draagt mij,
walsen glooigolven de schaduw weg.
Diep in de spiegeling
tikt een zwanenveer mijn schouder aan,
legt een belofte op de tong:
‘Draag het licht in je mond.
Mijd het zware woord.
Proef de aardsmaak waarin het bloeit.
Wek de vloeibare dromen.’
Elders rekken sterren zich uit.
Broekzakken vol vogelzang.
Vonk na vonk spant de lucht
een vleugelpaar rond mijn borst.
Ik adem het onnoemelijke.
Dit is geen vraag naar geluk.
Dit standvastig stromen.
Dit is leven.
(C) Karin Dée