Opgewonden en losgeschoten, dat nulpunt van mij
en nog steeds aan het tollen.
De wil om te verstillen staat erbij,
als een moeder die geen vat krijgt op haar kind
en het laat uitrazen, tot het zichzelf uitput.
Of hard valt en huilend aangerend komt, de moederschoot in,
om daar te beseffen waar voldoening zich bevindt.
Wemels die maar blijven spelen en alles door de mangel halen.
Nog een keer! Want misschien vergat ik steekjes en gaatjes,
die ik dan maar postuum het leven inroep.
Het is het denken dat dijken breekt en zorgt
dat ik ’s avonds het badwater om vergeving vraag,
wensend dat ik morgen alleen maar mag drijven
en eens niet zwemmen moet.

