zonlicht valt schuin uit het oosten over de windgolfjes van het meer,
de kopjes blinken als was het zilver, er hangt een kleine nevel over heen
(en dat geeft het geheel een soort van mysterieuze sfeer -
de zin rammelt, maar hij rijmt en ik laat hem daarom gewoon staan - woorden
zijn soms een web waarin je vliegjes vangt, zelfs als het doorhangt van
de dauw zoals tussen de bloemen van de salvia jamensis in onze voortuin
waar is de spin, de adder onder het gras, enfin, ik associeer
maar wat - o ja, het haakje nog sluiten dan kan ik voort,
hoef ik het moment niet meer
te vangen alsof er levens van afhangen)
ik wandel langs het meer, probeer vissen te spotten
voel mijn voeten diep in het zand wegzakken
het gaat om het stappen in de ochtend, de ene voet
voor de andere, al de rest, mag eventjes verrotten