Inzending wedstrijd met opdracht : maak van een 6-woord een 500-woord verhaal.
Uitbundig vieren wij haar verjaardag.
Vijfentachtig wordt ze. De jonge dokter, die ze consulteert omdat hij ‘een zo knappe kerel is’, taxeert haar conditie op ruim vijftien jaar jonger.
Oma Lidy is nog een prompte dame. Aan vrienden toonde ik haar jeugdfoto’s bewerend dat zij mijn vriendin was. Dat is niet gelogen, want wij hebben een zeer vriendschappelijke band. Ze staat er op dat ik haar tutoyeer. In een boek over een adellijke familie las ze ooit dat grootouders zich in die kringen altijd met de voornaam laten aanspreken. Zij gebruikt steevast het troetelnaampje dat ze voor mij bedacht toen ik baby was: ‘Bobolino’. Inmiddels bebaard met een nochtans zwarte kinbegroeiing begroet ze mij steeds met: ‘Bobolino amore, mio Barbarossa!’
Destijds rookte ze, niet voor het roken zelf, maar om te pronken met haar lange sigarethouder, zoals Hepburn in ‘Breakfast at Tiffany’fs’. Net als Audrey bezit Lidy die geïncarneerde elegantie. Ze is altijd welgezind, wat haar jeugdig voorkomen extra in de verf zet.
Glanzend hagelwit geworden zijn haar naar sprookjes refererende ravenzwarte haren van weleer, voor deze gelegenheid opgestoken door een kapster: ‘je kan ook niet voor alles op jonge goden een beroep doen’. Het kapsel past perfect bij de wijnrode fluwelen outfit die ze zich voor haar 85 lentes heeft aangeschaft.
“Het staat je beeldig, Lidy”, zeg ik.
“De prix neggens voor begemmen ”, antwoordt ze.
“Wat zei je nu?” vraag ik.
“De prix neggens voor begemmen”, zegt ze opnieuw.
“Oma, ik versta er echt niets van”, zeg ik.
“Oh, gaan we het zo spelen. Ben ik nu plots jouw oma omdat jij doof begint te worden”, zegt ze verbijsterd.
“Sorry Lidy, maar ik versta je niet”, antwoord ik beteuterd.
“Laat maar Bobolino , haal nog een drankje.”
Ik druip af op zoek naar een glaasje ‘ premier cru brut ’ die ze in de supermarkt op de kop heeft getikt. Met hangende oortjes overhandig ik haar de bubbels. “Echt, schat, je moet jouw oren laten nakijken”, zegt ze bezorgd.
Dan ziet ze mijn bedrukt gezicht, heft haar glas en vraagt: “Hoe vind je mijn nieuwe ontdekking? Du Champagne Veuve Hémard!”
“Lekker”, stamel ik.
“En ken je de voornaam van de man zaliger van die weduwe?” vraagt Lidy.
“Neen”, zeg ik.
“Jean! - J’en ai marre!” schatert ze.
Wij proesten het uit en klinken samen op onze vriendschap.
Later doe ik in een hoorcentrum mijn verhaal over een familielid dat mij aanraadde langs te komen. De test verloopt prima. “Alles perfect,” zegt de arts : “ik stuur jouw huisarts een bericht. “
Toevallig doet een van mijn nichtjes haar doktersstage bij mijn huisarts. Zij bezorgde mij het voorschrift en krijgt zo het resultaat te lezen van de test.
Wegens beroepsgeheim delen dokters hun patiënten wel resultaten mee, maar nooit de commentaren. Mijn nichtje kan zich echter niet weerhouden voor te lezen: ‘Patiënt zegt dat familielid beweert dat zijn gehoor slecht is. Naar mijn mening moet dat familielid zelf even bij ons langs komen!’