Teksten

Helpdesk anno 2026

Bonjour , Goededag, Hello. Vous êtes en communication avec le service clientèle. U bent verbonden met de klantenservice.  You are connected to the helpdesk. Poussez un pour continuer en Français, druk twee om verder te gaan in het Nederlands, push three to continue in English… Ik druk twee. Om veiligheidsredenen en om onze dienstverlening verder uit te bouwen , wordt dit gesprek  opgenomen. Druk één voor het stoppen van uw bankkaart,  druk twee voor de bestelling van een nieuwe kredietkaart of een nieuwe kaartlezer, druk drie voor een probleem met de app, druk vier voor informatie over beleggingen, druk vijf voor verzekeringen, druk zes voor alle andere vragen. Ik twijfel even, kies toch maar zes. U staat derde in de wachtrij. Gelieve aan het toestel te blijven, wij helpen u zo dadelijk verder… ‘Goedemiddag, met Myriam, mag ik eerst uw naam vragen…,en uw voornaam…, wat is uw geboortedatum…en uw adres…. Dank u wel, waarmee kan ik u van dienst zijn?’‘Dag mevrouw, ik zal trachten u mijn probleem zo duidelijk mogelijk uit te leggen.  Onlangs kreeg ik een nieuwe bankkaart.  Als ik deze met mijn kaartlezer wil gebruiken meldt de lezer : Low batteries.’‘Dat betekent dat u nieuwe batterijen moet plaatsen, meneer.’‘Dank u mevrouw, dat had ik ook begrepen, maar de batterijen in het toestel zijn geladen en er is meer, mevrouw.  Toevallig heb ik mijn oude bankkaart nog niet vernietigd en als ik die in het toestel plaats, werkt het wel tot bij het ingeven van de code.  Als ik dan heel snel daarna weer een poging onderneem met de nieuwe kaart werkt de lezer  soms wel, maar meestal  niet.’‘Bent u zeker dat u de juiste code ingeeft, meneer?’‘Mevrouw, wat ik u net heb uitgelegd heeft niets met codes te maken.  Kan u mij de dienst doorgeven die dit soort problemen kent?’‘Ik kan u helaas niet doorschakelen, meneer.  Kan u ons het probleem per mail uitleggen?  Dan zal de bevoegde dienst u hierover contacteren.’‘Mevrouw, als er dan toch een dienst is die zich daarmee bezig houdt, is het dan niet simpeler dat u mij nu iemand van die dienst  doorgeeft?’‘Wij hebben niet de bevoegdheid om iemand door te verbinden, meneer.’‘Geen bevoegdheid om de bevoegde persoon  door te geven.  Wat zou u doen als ik bel om te melden dat het dank bij u in brand staat?’‘Het spijt mij, meneer. Kan ik nog iets voor u betekenen?’‘Ach ja, mevrouw, als dit gesprek dan toch wordt opgenomen kan degene die de gesprekken beluistert de betrokken dienst verwittigen en vragen mij terug te bellen, niet?’‘Ik dank u voor uw oproep , meneer en wens u nog een prettige dag verder.’  Bezettoon…

Vic de Bourg
0 0

Verwelkte bloemen

Het is herfst in Kiev. De paarse en witte seringen in de Botanische tuin kleuren donkerbruin en zwart.   Tijdens haar studie Slavische Talen aan de Sorbonne leert ze Angwyn kennen. Zijn naam betekent ‘erg knap’ en dat is hij, zowel fysiek als intellectueel.Na zijn eerste terugreis naar Oekraïne stuurde hij haar een foto met het onderschrift : ‘‘Les lilas en fleurs’ . Terug in Parijs doet Cupido zijn werk, sedertdien zijn ze een paar.Net voor de lunatieke president uit het grote buurland zijn oorlog ontketent, volgt ze Angwyn en verhuizen ze naar Kiev.  Met de oogverblindende historische gebouwen en schoonheid verovert de stad al snel haar hart. Te laat besluiten ze hun liefdesnest te ontvluchten. Rusland houdt Oekraïne al snel in een wurggreep. Angwyn moet dienst nemen. Ze wenst hem goede moed toe en veinst dat hij nog knapper is in zijn legeruniform. De grillige potus over de oceaan moeit zich te pas en te onpas in het conflict. Zonder ruggenspraak met de president van het aangevallen land of met zijn zogenaamde Westerse bondgenoten, denkt hij zijn dolgedraaide tegenpool in Rusland te kunnen ompraten. De corruptie in eigen land doet Oekraïne geen goed, maar het verdedigt zich zo goed en zo kwaad het kan. De kerel in Washington denkt enkel aan zijn eigenbelang en tracht  telkens gewijzigde vredesplannen door de strot te duwen van de aangevallen natie. Het zoveelste luchtalarm drijft haar naar een bunker. Ze vleit zich naast een opa die zijn kleinzoon voorleest uit ‘Bijbelverhalen uit het Oude Testament’. Het kind vraagt: ‘Hoe kan dat, opa? Kaïn en Abel zijn toch broers. Waarom vermoordt Kaïn hem?’De opa merkt dat ze hem gespannen aankijkt. Hij weet dat ze de vriendin van Angwyn is en fluistert haar toe: ’‘Vidpovid' znaye vitir.’ (*) (*)The answer is blowing in the wind.’  

Vic de Bourg
8 1

Het weerzien

‘Hoe zat dat weer Whimsyridge? Die musketiers waren die nu met drie of met vier?’‘Tja, Tinkervoet, ze waren eerst met drie en later kwam er een vierde bij.’‘Wij zijn met zijn vijven en samen kunnen wij alles aan: één voor allen, allen voor één!’De vijf kabouters zijn op zoek naar de Kabouterberg.Brimwick is de stille bewaker van het bos,  altijd op hun hoede zijn de geheimzinnige en slimme Fizzlewhisk en Mosglimmer , de wijze Whimsyridge zit vol eeuwenoude geheimen en de speelse Tinkervoet zit vol kattekwaad en durft je wel eens te bedriegen. Ze hebben in een atlas gezocht naar bergen die met K beginnen. De K2 is het niet, die ligt ver weg in Azië.  In hun bosrijke streek zijn er twee bergen die in aanmerking komen, maar hun namen zijn enkel aangeduid met K’berg.  ‘Hier moet het zijn’, roept Tinkervoet als ze de berg opstappen.‘Dit is vreemd, wat doen al die bordjes hier met namen op en hier en daar staat er zelfs een kruisje?’Brimwick herkent meteen deze plakkaatjes.‘Dit zijn graven van dieren, die heb ik al meermaals gezien in bossen. Welke namen staan er op?’Mosglimmer leest voor: ‘Snuffel, Witvachtje, Pip, Pluisje, Vlekje en hier is zelfs een Nijntje.’Whimsyridge weet meteen wat er fout is.‘Dit is niet de Kabouterberg maar de Konijnenberg natuurlijk’, zegt hij wijselijk.Ze moeten verder op zoek,  maar weten niet welk gevaar  er dreigt op deze Konijnenberg . Aan het andere eind van de heuvel lopen vier wanstaltige gedaanten. Dit zijn beslist niet de Vier Musketiers.  Het zijn trollen.Blargfang staat bekend als de nachtmerrie voor alle reizigers, Blarglurk is een vraatzuchtige veelvraat, Grisjthar stinkt uren in de wind en Tork irriteert iedereen door zijn gesnuffel aan alles en nog wat.‘Laten we hopen dat er nog wat verse kadavertjes te vinden zijn’, smakt Blarglurk. Viesgroen speeksel druipt daarbij uit zijn mond.‘Lekkere konijnenboutjes, ze zijn nog beter als ze enkele dagen oud zijn‘, kwijlt Grisjthar.Van mensen die wild eten is geweten dat ze het vlees eerst laten ‘besterven’. Fizzlewhisk is van oudsher op zijn hoede en heeft rare geluiden gehoord. Hij raadt de groep aan om zich te verschuilen.  Maar goed ook, op veilige afstand merken ze hoe de vier trollen zich een weg banen door het struikgewas. Met zijn gesnuffel heeft Tork al snel de plaatsen gevonden waar nieuwe konijnen begraven liggen. Met hun handen als schoppen delven de trollen de lijken op die ze gulzig opsmikkelen. Telkens ze er een hebben opgegraven maken ze de kuil weer dicht en plaatsen het naamplaatje terug. Zo weet niemand dat de dieren verdwenen zijn. Tinkervoet walgt zodanig van de stank die Grisjthar verspreidt dat hij plots moet overgeven. De trollen horen zijn gekokhals en komen op de groep kabouters af.‘Zo, kijk hier, hier liggen nog wat toetjes in het struikgewas’, grinnikt Blarglurk. ‘Laat ons met rust, jullie buiken puilen al uit van al dat gefret. Wij zijn verdwaald en zoeken de Kabouterberg. Ik herken je, Blargfang en weet dat je veel reist. Jij weet beslist welke richting we uit moeten?’‘Kijk eens aan,’  zegt Blargfang ‘als dat Whimsyridge niet is, ouwe rakker, wij hebben elkaar al eens eerder ontmoet maar waar ben ik vergeten. Natuurlijk laten we jullie gaan. Oude kabouters smaken daarenboven niet, geef ons maar jong mensenvlees, zoals de kindertjes op de Kabouterberg. Die ligt hier niet ver vandaan. Een paar uurtjes stappen in noordoostelijke richting, dat wordt minstens een halve dag trotten met die korte beentjes van jullie. Haha…!’ Het kaboutervolkje maakt zich snel uit de voeten…

Vic de Bourg
11 1

Rietje

Pajottegem is één van de nieuwe namen van recente fusies van gemeenten in Vlaanderen. Een van de deelgemeenten is Gooik, een boerengat waar ik nog nooit van gehoord heb tot ik er op aandringen van vriend Luca voor het eerst kom. Hij troont mij mee naar Gooikoorts, het internationale folkfestival.  Op de festivalweide kijk ik de ogen uit mijn kop en stel honderd vragen over de muziek en de groepen die er optreden. Luca verbleef in zijn jeugdjaren in Sardinië . ‘Ik heb een verrassing voor je in petto’, zegt hij. Ik ben razend benieuwd. Plots lopen we Luigi Lai en zijn neef Fabio Vargiolu tegen het lijf. Er volgt een hartelijke begroeting.‘Fabio was mijn beste jeugdkameraad op het eiland’, lacht Luca.Over mijn vriend Luca zegt Luigi: ‘è un ragazzo d’oro.’ Toon Hermans zou zeggen:  ze schijnen mekaar te kennen. Dat is inderdaad het geval. Nu wordt duidelijk waarom ik mee moest. Lucas beste kameraden zijn muzikanten die hier voor het eerst buiten Sardinië zullen optreden. ‘Welke instrumenten spelen jullie?’ vraag ik en val van de ene verbazing in de andere als Fabio mij toevertrouwt:‘We musiceren ieder afzonderlijk of in harmonie op drie rietfluiten tegelijk.’Rietfluitspeler, een beroep waar ik tot op vandaag nog nooit van gehoord heb en weer denk ik aan wijlen Toon Hermans en zijn lieve echtgenote Rietje. Het wordt een wonderlijk samenspel. Gelukkig heb ik mijn camera mee en maak opnames van het overdonderend succes van de fluitspelers. Later neemt Luca bij zijn volgend bezoek aan Sardinië de VHS-cassette met mijn opname mee. Bij zijn terugkeer krijg ik vanwege de muzikanten niet enkel een CD met hun ‘gefluit’ cadeau maar ook een flesje Mirto, de overheerlijke Sardijnse likeur. Er hangt een boodschap van Luigi aan het flesje: Dit drink je uit een bicchierino * zonder rietje.   * borrelglaasje  

Vic de Bourg
8 2

Ernesettle?

Ooit gehoord van Ernesettle? Natuurlijk niet, tenzij je op zoek was naar een matras met de beste vering ooit. In dit dorpje in het graafschap Devon stonden in de vijftiende eeuw twee boerderijen: Great Ernesettle en wat dacht je, juist: Little Ernesettle. Momenteel is het een voorstadje van Plymouth. Ik wordt rondgeleid bij Vispring Ltd, dé wereldbefaamde matrassenkoning in het Verenigd Koninkrijk. Na het bedrijfsbezoek heb ik dorst.The Bull & Bush lijkt de enige pub die er te bespeuren valt. Al is de ene review op internet al negatiever dan de andere, mijn need for a drink overheerst de need of cosyness. Aan de bar merk ik dat mijn naambatch van Vispring nog rond mijn nek bengelt. Dat wordt meteen opgemerkt door tooghanger John, what’s in a name. Hij stelt zich voor en zegt dat hij voor het bedrijf werkt.Behoedzaam vraag ik: ‘Wat is daar uw functie?’‘Of functie een adequaat woord is om mijn job te beschrijven? Ik ben matrassenspringer’, zegt de forse kerel.Ik sta al recht, kan dus niet van mijn stoel vallen.‘Pardon?’  is alles wat ik voorlopig over de lippen krijg.‘Ik mag dan al een jack of all trades, master of none geweest zijn. Deze baan is de gekste, maar verveelt nooit.’Ik antwoord dat wij het in mijn land hebben over twaalf stielen en dertien ongelukken en vraag of dit geen risicovol beroep is?‘Mijn verantwoordelijkheid is de vering van matrassen uit te testen door erop te springen. Dat moet op de juiste manier gebeuren en het is niet voor iedereen weggelegd. Seriously, het is een serieuze baan.’Tot slot vraag ik of John de joke of the window cleaners in New York kent? Hij kent ze en we lachen er smakelijk om. Deze pub is toch gezelliger dan verwacht.

Vic de Bourg
6 1

Naar de Ardennen

De sergeant die aan het hoofd staat van onze squad is een toffe peer. We zijn slechts met tien en voor hem is elk teamlid even belangrijk. Hij heet Helmut en we plagen hem graag en vragen of een Duitser zijn moeder het hof heeft gemaakt tijdens de vorige oorlog. ‘Boerenpummels’, lacht hij bij het aantreden, ‘er wacht ons een bijzondere opdracht vandaag.’Zijn grapje heeft te maken met het toeval dat we zonder uitzondering zonen zijn  uit West-Vlaamse landbouwfamilies. Dat merk je aan onze karuur. Behalve Jonas die een meer frêle postuur heeft. Hij en ik komen uit hetzelfde polderdorp. We zijn bevriend sinds het kleuterklasje en zijn vier handen op één buik. Dat we allen uit dezelfde streek afkomstig zijn, bevordert de kameraadschap, alleen al omdat wij een soortgelijk dialect praten. Tussen Kerst en Nieuwjaar gaan we naar de Ardennen. Neen, geen uitstapje we gaan een brug opblazen in de buurt van Bastogne om het oprukken van de Duitsers te verhinderen (*). In de bosrijke omgeving kunnen we de vijand in eerste instantie goed verschalken, maar hoe dichter wij bij ons doel komen, riskeren we te worden opgemerkt. Daarom splitsen we ons op in vijf groepjes van twee, ik ben samen met de sergeant. Elke groep draagt een deel van het buskruit  dat we respectievelijk onder de vijf pijlers van de brug zullen aanbrengen. Nadien treffen we elkaar bij een ruïne in het bos. Alles verloopt prima. De vierde groep is aan de ruïne toegekomen. Jonas en zijn maat zijn nog niet terug, zij namen de verste pijler voor hun rekening. Zo dadelijk ontploffen de aangebrachte springladingen. Er klinken geweerschoten. Plots duikt de kompaan van Jonas alleen op.‘Duitsers’, hijgt hij, ‘ze hebben ons opgemerkt toen we terugliepen. Jonas heeft zich verscholen.’ Helmut twijfelt geen moment. ‘Hier wachten’, beveelt hij en verdwijnt als de bliksem in het struikgewas. Ik bijt mijn nagels stuk en ijsbeer voor de ingang van de ruïne. Ik voel dat ik ga overgeven. Iemand richt zijn geweer op een krakend geluid in het bos. Gelukkig is het maar een everzwijn dat snel wegrent. Dan volgen vier opeenvolgende knallen en zien we in de verte de brug instorten. Ik kan het niet meer houden. Niemand houdt mij tegen. Als een gek loop ik richting rivier. Op een open plek in het bos stolt mijn bloed in de aderen. Onder een boom zit Helmut te snikken met een bebloede Jonas in zijn armen. Ik nader en kniel bij hen neer. Dan volgt een vijfde oorverdovende knal aan de brug. Helmut prevelt: ‘Beregoed hedoan, Jonas, de boeren mogen stief fier zyn ip oe.’                                                                    - o O o - (*)De Slag om de Ardennen zal later de geschiedenisboeken halen onder de benaming Battle of the Bulge, het Duitse leger dat als een uitstulping het land binnendrong. Voor het Amerikaanse leger was het een van de bloedigste veldslagen. Voor nazi Duitsland was het een van zijn zwaarste nederlagen. Nu 80 jaar geleden. 

Vic de Bourg
6 1

Daarboven in de bergen

Nog honderd meter steil naar boven, wij moeten voor het duister de blokhut bereiken. Donkere dreigende wolken stapelen zich rond de bergtop. Als we hijgend de zware eikenhouten deur van de hut openduwen begint het te stortregenen. Net op tijd. Mijn kompaan doet snel de houtkachel branden en ik sluit zorgvuldig de luiken aan de ramen. Wij spreken onze proviand aan en na een warme thee vallen wij beiden in een diepe slaap op de britsen.In het midden van de nacht schiet ik wakker. Buiten lijkt het of de wereld vergaat. Het is net of iemand foto’s maakt met een superflits die onophoudelijk door de spleten van de houten luiken dringt. De bulderende donder lijkt mijn vriend niet te deren. Hij slaapt lekker verder. Felle windstoten dreigen de zware deur uit haar hengsels te lichten. Ik ben klaar wakker. Als de storm even luwt, hoor ik plots een geluid dat ik niet kan thuiswijzen. Het is net of iets tegen de deur schuurt en een soort gemekker voortbrengt. Het geluid zwelt aan en nu wordt er zowaar aangeklopt. Ik kijk naar mijn reisgenoot om hem raad te vragen, maar die vertoeft duidelijk nog in dromenland. Ik waag het erop en open de deur op een kier. Meteen steken twee hoorns door de opening die mij beletten de deur weer dicht te doen. Dan zie ik de kop van het dier dat zijn lijf tegen de deur drukt waardoor deze verder opengaat. Het is een gems.“Dat werd stilaan tijd dat je die deur opende”, zegt het op een mekkerige toon.Ik schrik, hoor ik dit goed? Dat beest kan praten.Het dier merkt mijn verbazing en mekkert verder: “Geen angst, mensenkind, wij gemzen praten doorgaans nooit behalve vandaag. De bergkoning die tevens een magiër is en in het hart van deze berg woont, geeft ons eens per jaar de gave om met mensen te kunnen converseren.”Met opengesperde ogen bekijk ik de berggeit en stamel: “Dus alleen vandaag kan je spreken?”“Correct, wij weten nooit bij voorbaat wanneer ons dit voorrecht te beurt valt, maar de koning schept er een immens genoegen in om het moment aan te kondigen met een nooit geziene helse storm. Tja, ieder zijn pleziertje.”“Wat voert je naar deze plek?” vraag ik beduusd.“Op deze hoogte is dit zowat de enige plaats waar men jouw soortgenoten kan ontmoeten. Zeg, wat is het hier warm binnen. Ik ben zulke temperaturen niet gewend. Het is niet verwonderlijk dat het andere mensenkind daar in een diepe slaap is gewikkeld.”“Jij bezit wel een uitgebreide woordenschat om maar eens per jaar te kunnen praten”, plaag ik het dier.“In onze kudde hebben wij een paar geiten die zich vervolmaakt hebben in de taal. Onderling kunnen wij het ganse jaar door met elkaar kletsen en de dag dat wij met de mensheid spreken, hoor je het resultaat.”“Zo, wat heb je nog meer te vertellen?”“Kijk, mensachtige of beter geachte mens, ik heb een boodschap. Jullie komen in steeds grotere getale naar deze berg om hem te beklimmen. Zelf doen wij dat ook, maar wij hebben daar niet zoveel tuig en rommel voor nodig als jullie. Langzaam maar zeker wordt deze bergstreek een vuilnisbelt door wat hier allemaal wordt  achtergelaten. Doen jullie dat thuis ook? Oké, dat jullie af en toe wat etensresten laten liggen. Dat is niet te versmaden. Ik lust wel eens wat anders dan wat er hier groeit en mijn vrienden roofvogels zijn ook dol op een vergeten Zwamworstje of een boterham met kaas. Maar de verpakking, de blikjes, de plastic en andere rotzooi mogen jullie weer meenemen. Hier zijn geen ploegen om het vuilnis op te ruimen.”“Dat is een mooie boodschap, mijnheer Gems, maar die schone slaper daar en ikzelf zijn zeer begaan met de natuur en wij letten er heus wel op geen troep achter te laten.”“Goed zo, mens, gefeliciteerd. Kijk, er hangen rond mijn nek een aantal amuletten met de beeltenis van onze bergkoning. Jij mag er een nemen en pak er voor je vriend ook maar een.”“Dankjewel.”“Zo, dan stap ik maar eens op. Misschien kom ik nog andere mensen tegen, alhoewel mij dat zou verbazen met dit hondenweer.Tot ziens.”“Daaag en bedankt.”Als mijn reisgenoot eindelijk wakker is, gelooft hij geen sikkepit van mijn verhaal, tot ik hem het amulet overhandig. Ondertussen is de storm volledig geluwd en kleurt  de opgaande zon de hemel boven de bergen goud. Op de deur van de blokhut is een groot groen ‘V’-teken aangebracht.

Vic de Bourg
7 1

Kleine wereld: een dubbelverhaal

Na de Kerstvakantie kom ik terug op mijn studentenkamer. De studentenvereniging heeft alle leden van de faculteit uitgenodigd op een nieuwjaarsreceptie in de chique Salons Georges. Op de uitnodiging staat dat de gentlemen gevraagd worden om voor één van de aanwezige lady’s een symbolisch geschenkje mee te brengen. Voor een democratisch prijsje heb ik een grappig cadeautje op de kop getikt. Het is een minuscuul gebloemd theemutsje dat bedoeld is om een gekookt eitje warm te houden. De lichte sneeuwval belet mij niet om op de weg naar het gebeuren ‘Green, green grass of home’ te neuriën. De nieuwste hit van Tom Jones zal later op de avond nog meermaals door de luidsprekers knallen. Aan de ingang krijgen de dames en heren een sticker met een nummer. De vrouwelijke studente zal een verrassing krijgen van de heer die het overeenkomstige nummer bezit. Later op de avond wordt gevraagd de stickers zichtbaar aan te brengen en op zoek te gaan naar jouw partner in crime. Ik ga ietsjes te begerig op zoek en zie enkele ‘Miss Univers-en’ voorbijkomen met het foute nummer. Als ‘schacht’ (groentje) strookt mijn nummer helaas met dat van een oudere en minder aantrekkelijke laatstejaarsstudente. Zij is edoch vriendelijk en vindt mijn presentje best origineel en schattig. Ik krijg de gebruikelijke drie pakkerds, samen met haar beste wensen voor het Nieuwe Jaar. Ook haar niet norse Noorse vriend wenst mij: godt nytt år.                                                                                                          - o O o -  Na onze universiteitsstudies  zijn Sverre en ik meteen naar Noorwegen vertrokken. Wij hebben een tijdje bij zijn ouders gewoond tot onze zoon Mats geboren werd. Na de komst van onze dochter Freya hebben wij ons appartement in Oslo ingeruild voor een huurhuisje. Toen Sverre van zijn bedrijf een tijdelijke opdracht in België kreeg hebben wij niet getwijfeld en zijn wij met de ganse familie naar mijn geboorteland teruggekeerd. Wij hebben een mooi huis gevonden in volledig Scandinavische stijl. Het is gelegen in een residentiële wijk in een dorpje op amper tien kilometer van de universiteitsstad waar wij elkaar leerden  kennen. Onze buren  hebben ons samen met een aantal van hun vrienden uitgenodigd op een drink. Mats en Freya zijn al goed bevriend met hun beide tienerzonen, die ongeveer dezelfde leeftijd hebben. Er zijn al een aantal personen aanwezig wanneer wij toekomen. Als wij aan een koppel voorgesteld worden zegt de man: “U bent helemaal niet veranderd. Herkent u mij ook nog?” Met de beste wil van de wereld kan ik deze man niet thuiswijzen. Hij beweert ook mijn man te hebben ontmoet maar die valt volkomen uit de lucht, tot groot plezier van onze dochter, die dit een zeer grappige situatie vindt. Als hij er dan nog aan toevoegt dat hij mij ooit een geschenk heeft gegeven en ik hem gekust heb weet ik niet meer zo goed waar ik het heb.  Wie is deze man?  Zijn echtgenote is ook not amused. Dan beweert hij dat hij mij ooit een eierwarmhoudertje schonk tijdens onze studententijd, een slordige vijftien jaar geleden. “Een wat?”, Freya lacht zich een bult.  Wanneer hij het ding beschrijft lacht Freya nog harder en zegt: “Natuurlijk, dat ding met die bloemetjes dat ik ooit bij jouw oude spullen heb gevonden, mama!” Zij roept haar broer Mats. “Mats weet je nog, dat gekke hoedje dat wij ooit vonden en niet wisten wat het was. Het diende : for å holde eggene varme!”. Ostentatief toont ze twee gekookte eieren. Ik geef mij gewonnen en bedank de man nogmaals voor zijn royaal cadeau.

Vic de Bourg
36 1

Hasta luego

In de periode tussen de twee ambtstermijnen van Donald Trump werd er gegekscheerd over de keer dat hij zich moest aanbieden in de gevangenis van Fulton County. Zowel over zijn lengte als zijn gewicht werden de wildste verhalen verteld. Over documenten uit de nor in kwestie was geweten dat ze het niet zo nauw namen met geregistreerde gegevens. Tijdens zijn eerste presidentschap kwam het Spaanse koningspaar al eens op het Witte Huis voor een officieel staatsbezoek. De Spaanse koning is nu met een zakendelegatie op weg naar landen in Zuid-Amerika en gaat eerst bij Trump langs om hem vragen te stellen over diens aangekondigde importtarieven.  Het is geen staatsbezoek, doch ere aan wie ere toekomt, ontvangt Trump de koning in het Oval Office. Eens de deur van zijn kantoor dicht is, haalt Trump een foto uit de lade van zijn bureau. Het is een recente foto waarop hij en de first lady  naast de Spaanse koning en koningin staan tijdens de begrafenis van wijlen paus Franciscus. “Kijk Felipe”, zegt Trump: “Ze zeggen dat ik een fout kostuum aan had, maar dat terzijde. Ik word verondersteld één meter tweeënnegentig te zijn en Melania meet precies één meter tachtig. Toch lijken we even groot op deze foto. Dat kan want de Louboutins van Melania zijn inderdaad twaalf centimeter hoog.”“Vale, wat wil je daarmee zeggen, Donald”, vraagt de koning verbijsterd.“Als ik naar jouw schattige echtgenote kijk, is ze op de foto haast even groot als Melania. Draagt Letizia ook van die duizelingwekkende hakken? Maar jij man, je bent een kop groter dan mezelf, hoe lang ben je wel?”“Ik wist niet dat we het daarover zouden hebben. Mijn lengte bedraagt één meter zevenennegentig, dat is dan inderdaad groter dan jij Donald.”“Ja, maar toch nog kleiner dan onze Baron, die jongen is inmiddels net iets meer dan twee meter en hij zit nog volop in de groei. Hij heeft dat van de moeder of de grootmoeder van Melania.”“Kunnen wij ter zake komen, Donald. Hoe zit dat nu met die invoerrechten? Waar haal je die cijfers vandaan?”“Ach eerst dacht ik wij rekenen een percentage aan dat gelijk evenredig is met de lengte boven één meter van de lokale heerser in een land. Dan zou Spanje echter 97 % moeten betalen en zou mijn vriend Zelenski veel beter af zijn.”“Donald, meen je dat nu?”“Grapje, Felipe. Je beseft toch dat ik je mooie land nooit zoiets zou aandoen, jullie zijn echter lid van dat clubje in Europa en met jouw Europese vrienden ben ik nog niet klaar. Misschien moeten jullie zelf een systeem uitwerken wie wat gaat betalen.”“Het spijt mij Donald, mijn delegatie wacht op mij, wij worden vanavond verwacht in Panama. Ik kom later nog wel eens langs.”“Naar Panama, Felipe? Daar spreken ze natuurlijk dezelfde taal als jij. Herinner ze vooral aan het feit dat wij hun dat kanaal geschonken hebben en dat ze hun onafhankelijkheid aan de V.S. te danken hebben. Adios, amigo.”“Bye, Donald, tot binnenkort.”

Vic de Bourg
32 2

Vijgen na Pasen

De lente is in het land. Ik ga genieten van het uitzicht op mijn balkon en tref er de paashaas aan die er ligt te zieltogen. Hij kijkt mij met smekende ogen aan. ‘Sorry, mens, maar ik kan niet meer. De kinderen van jouw buren waren de laatste die ik hun eieren bracht, maar dit had ik niet verwacht’, stamelt hij met gezwollen lip. ‘Laat ik je eerst maar wat verzorgen’, zeg ik en voeg de daad bij het woord.Zodra hij is opgeknapt, vraag ik hem wat er is gebeurd en hoe hij op mijn balkon is terecht gekomen? Ik heb geen kinderen en sinds ik hier woon heb ik er buiten een verdwaalde reisduif of een luidruchtige ekster nimmer iets aangetroffen. Pas nadat ik hem een verse wortel heb aangereikt komt zijn ietwat gezwollen tong los.‘Weet je, wij paashazen zijn niet zo behendig als de pieten van de Sint die genoeg hebben aan een regenpijp om naar boven te klauteren. In buildings als deze ga ik eerst met de lift tot de hoogste verdieping en dan spring ik van balkon naar balkon om mijn ei kwijt te raken. Dat is geen sinecure, want bij het springen moet ik mijn mand stevig vastklemmen.’ ‘Ik zie het helemaal voor me’, zeg ik om hem wat moed in te blazen en in de hoop het vervolg van zijn belevenissen te horen. ‘Wat gebeurde er hiernaast?’ ‘Die rotkater van de buren, daar had ik niet op gerekend. Hij zag mij natuurlijk al aankomen. Van zodra ik op het balkon landde, vloog hij sissend op mij af. Eerst reet hij mijn lip open met zijn vreselijke klauwen en toen ik naar jouw balkon wilde springen greep hij me bij een oor waardoor ik neerviel en mijn poot bezeerde.’ ‘Heb je dan niets in de mandjes van de buurkinderen kunnen leggen?’‘Neen, sorry, mensen die zulke roofdieren als huisdier houden, sla ik liever over.’‘Maar die kindertjes hebben toch geen schuld aan het karakter van hun kater?’‘Dat wil ik niet gezegd hebben, maar als hun ouders een bestelling plaatsen bij de paashaas zouden ze er beter aan denken dat ze de kat moeten binnenhouden.’‘Daar heb je een punt.’‘Precies, net als die loebassen die het leven verzuren van postbodes en pakjesbezorgers. Ik kom ze liever niet tegen, vooral in het veld, waar zij  vrij mogen los lopen.’

Vic de Bourg
27 0

Sittard

Al kwam ik er nooit, toch ken ik de naam van deze stad door een inwoner die ze intens lief had. Lang geleden vroeg ik mijn moeder: “Waarom hou jij zo van die man?”“Als ik naar hem luister voel ik mij vederlicht worden”, zei ze glimlachend. Dat kon ik beamen want ik herinner mij dat ik van school kwam en zag hoe ma de ramen lapte terwijl ze schokte van het lachen. Toen ik binnenkwam, ontdekte ik dat ze een lp had opgezet uit haar uitgebreide collectie van Toon. Ja, die Toon, ook Vlaanderen droeg hem op handen. Zijn ellenlange conferences boeiden van het begin tot het einde.“Als ik zijn dichtbundel openklap of zijn liedjes luister, gaat de zon weer schijnen”, is een veel gehoorde commentaar.Waar de man in uitblonk was wellicht zijn eenvoud. Weerom mijn  moeder, als een van zijn diehard fans, zei me: “Die gast (Vlaams voor gozer) waar jij een plaat van hebt, die Sonneveld, hoor en zie ik niet zo graag, hij is mij te bekakt en doet soms zo ingewikkeld.”Logisch dat wij als studenten soms Zij kon het lonken niet laten of Nikkelen Nelis verkozen boven de Leg neer die bal van Toon. De lichtheid in het werk van deze meestercabaretier komt vooral aan bod in zijn citaten die prijken op duizenden overlijdensberichten. Hoe dikwijls hoor ik zeggen dat ze het leed verzachten.     Mooi dat er in zijn stad naast een standbeeld ook een theater staat dat zijn naam draagt. Net als voor de optredens van Toon Hermans zijn er de voorstellingen voor jong en oud. Kinderen en volwassenen ontdekken er hun eigen drijfveren, vederlicht zoals die van de man die er in slaagde mijn moeder aan het zweven te brengen.

Vic de Bourg
38 1

Sint Antonius

Achter in de verhuiswagen rijd ik samen met mijn broers en zussen naar onze nieuwe woonst in de Sint Antoniusstraat. Op het eerste zicht lijkt het een grauwe buurt. Dat komt niet door de huizen, maar door de donkergrijze aarde in de brede zandstraten. Aan het eind van de straat staat links een kapelletje dat aan de heilige is gewijd. Rechts ligt een korenveld met daarachter een bosje, waarin tussen de bomen en het struikgewas een heuveltje is met geel zand en een ondiep ven.   Ik maak al snel kennis met de vele kinderen in de wijk. Soms wordt er in een van de vele tuintjes kattenkwaad uitgehaald, maar meestal ravotten we op straat. We maken ‘potjes’ voor de knikkers, springen met één been op het zelf getekende hinkelraster of scoren goals tussen stokken in de grond. Soms val ik en krijg een hap van het zand binnen, tot groot jolijt van de toekijkers. We zingen ‘Antoinette, wie heeft de bal’ en halen de gekste toeren uit met onze springtouwen. In het bos bouwen de grote jongens kampen. Met lange boomtakken roeren we in het slijkerig water van het ven. We noemen het morken*. De tak van mijn zus breekt en ze belandt pardoes in de vieze brij. In de oogstmaand klauteren we hoog boven op de hooikar van de boer en overzien ons speeldomein.  Dan gebeurt het. Op een zonnige dag valt het spel stil. We horen een vreemd brommend geluid. Iedereen tuurt met open mond naar het begin van de weg. In een stofwolk nadert er iets zwarts. Het is de allereerste keer dat een auto onze straat binnenrijdt. Wat een belevenis! Iedereen stuift naar de kant. Tot mijn grote verbazing draait de wagen en staat stil voor ons huis. Ik herken mijn oom. Mijn moeder vertelde dat hij een handelsreiziger is in sigaren. Zodra mijn nonkel binnenshuis is, vormt zich een zwerm van kinderen rond de wagen. Het lijkt wel een bijennest. Buiten de voiture die bij de huisdokter op de oprit staat, kennen wij auto's meestal uit stripverhalen. De oudere jongens gaan in discussie. Iemand beweert dat de wagen een Citroën Traction Avant is. Nieuwsgierig glip ik ongemerkt naar binnen en hoor moeder praten met haar broer. Zij hebben het over mijn nakend communiefeest. Ma zegt dat oom en tante uitgenodigd zijn.‘Dat is vriendelijk. Weet je wat? Ik kom jullie halen om met de auto naar de kerk te gaan’, reageert nonkel.Ik kan mijn oren niet geloven. Superblij ren ik weer de straat op om naar de zwarte citroen te kijken, maar ik verklap niets. Wat gaat iedereen opkijken als ik straks vanop de donkerrode achterbank naar hen wuif. * dit had avant la lettre een jeugdwoord van het jaar kunnen zijn

Vic de Bourg
19 3

Vakantievrienden

Op tiendaags jeugdkamp in het noorden van Belgisch Limburg in ‘Bosland’, een wondermooi gebied van net geen vijfduizend hectare, leer ik Arnaud kennen. Net voor de grote vakantie zijn wij beiden dertien geworden.Wij slapen in tenten die door de nabijgelegen legerkazerne werden afgedankt. Vandaag trekken wij naar de Hechtelse Duinen. Sommigen noemen het de grootste zandbak van Vlaanderen.‘Waar kom jij vandaan?’ vraag ik Arnaud.‘Ik kom uit Duinbergen’, zegt hij.'O, woon jij daar? Duinen zijn toch geen bergen’, grap ik.‘Neen, maar onze duinen liggen aan de Noordzee en als je op de zee vaart lijken ze wel een beetje op bergen.’‘Ik ben nog nooit aan zee geweest. Ik kom uit Sint-Joost-ten-Node.’‘Dat dorp ken ik niet. Is het ver van hier?’‘Het is geen dorp. Het is een van de negentien gemeenten die samen de hoofdstad Brussel uitmaken.’‘Dan woon jij dus in een stad?’‘Jazeker. Het is er superdruk. Naar het schijnt zijn wij de kleinste maar tegelijkertijd de dichtstbevolkte en armste gemeente van het land.’‘Interessant om weten. Duinbergen ligt vlakbij Knokke, dat is denk ik wel een van de rijkste gemeenten. Weet je dat de duinen bij ons uit wit zand bestaan?’‘Hoezo, niet geel zoals hier in Hechtel?’‘Neen, het strand bij ons is wit, maar niet zo wit als de kusten die je soms in vakantiefolders ziet.’ Al snel worden wij boezemvrienden. De tien dagen vliegen voorbij en binnenkort is ook de vakantie om. Bij het afscheid zegt Arnaud dat ik hem snel eens aan zee moet komen opzoeken. Dan kan hij mij het witte zand van zijn bergen tonen. Zelf heb ik hem niet gevraagd naar Brussel te komen. De armtierige buurt waar ik woon is niet meteen de plaats om een vriend te ontvangen.

Vic de Bourg
17 1