Er zijn grenzen. Er zijn algemene, ongeschreven toelatingen.
Dieren, levensvormen tot een bepaalde grootte mag men zonder schuldgevoel doodslaan, doodspuiten of pletten.
Uitzonderingen zouden er zijn. Naar beneden toe wat die grootte betreft.
Pimpampoentjes. tedere futiliteiten en de zon is wreed wanneer zij dauwdruppels verdwijnen doet.
Smurfen dan. Bont en blauw. Zo zijn ze schoon geslagen in een kleur die goed verkoopt.
Gelukkig is het paars verdwenen, want een regen bracht soelaas.
Uitzonderingen zouden er zijn. Naar boven toe wat de grootte betreft.
Muizen, ratten, kinderen in Gaza, een Iraanse school.
Het rode vloeit en stolt. Het boeit niet meer.
We zijn gewend geraakt aan filters, zotten, netten die de geest verslaan.
Morgen dan die langverwachte barbecue.
Dankzij diezelfde zon, een schuchter wolkendek en welgeluimde gasten.
Zijn die inoxstaven trouwens lang genoeg?
Door de aars, de mond van kikkers. Door die samsonworstjes.
Door de eikel van een man die Herman heet. Spies die kop van jut.
Er zijn grenzen. Ja. Dat dacht je ooit.
Vandaag is dat niet meer. Omdat er rek op zat en zie.
De roosters zijn hun mazen kwijt. Straks. Valt alles in het vuur.
uit de reeks 'Waanhoop'
