met zo veel slangen in de ruimte
loopt dit niet goed af
de laatste lach hangt rond mijn nek
onzichtbaar voor mijn mond
wat mijn ziel nog wil bereiken
moet thans via smart en Ledegem
voor alles wat zich eeuwig waant
is er die wegomlegging
een raaf zit op de vensterbank
de slangen pompen lucht en vocht
zielen moeten nooit echt wachten
enkel vlees reist door het rood
gif en dampen drijven stilaan weg
dit afwissekend verkeer is tijdelijk
troost is hier niet meer op zoek
de sluipwegen verkiezen rust
luister naar de lome klokken
gekrijs van toornvalken
toch is deze stem niet dodeijk
de verpleegster straalt zowaar
op haar schouder zit die uil
zij komen dagelijks naar hier
helemaal uit Jezus-Eik waar
elke boomhut moed verbergt
het is die lach rond mijn nek
die nu toch licht beweegt
de fabeltjes zij kruipen nog
ze geven nog niet op
tegen alle zieke regels in
kleedt zij zich uit
kruipt op dit bed, verslindt
de slangen één voor één
ze streelt, ze steelt
mijn laatste hoop
ze geurt zo heerlijk
als de dood
uit de reeks 'Duim voor Dimitri'