Mijn rits heeft me uit mijn jasje gezet.
Ze ging er net vandoor,
gunde me geen laatste klik.
Ik wilde haar nog naroepen.
Dat ik haar de vrijheid gun -
maar niet vandaag,
nu de kou haar plek inneemt.
Of ze nog even terug wil komen.
Ze weigert dienst.
Dus vraag ik de knopen
waarom ik hen niet kan ritsen.
Hoewel knopen genoeg,
blijven ook zij ongeregen.
Dan richt ik me tot mijn jas:
of ik haar weg moet gooien.
Ritsloos enkel een lap stof.
Na de rits en de knopen,
laat ook de jas me los.
Dan trotseer ik maar de kou
nu ik uit mijn jasje ben gezet.
Niemand die me samenhoudt.
Niemand die me tegenhoudt.
Net nu mijn rits het opgeeft,
valt ook mijn laatste knoop.
Ik laat het niet aan mijn hart komen.
Liever niet geritst
dan opgeknoopt.
