Waar is de andijvie?
"Kan u dat herhalen, meneer?Ik versta u niet zo goed.”
Opnieuw fluistert hij,ditmaal iets nadrukkelijker.
“Weet u waar de andijvie ligt, mevrouw?”
We bevinden ons in de groenteafdelingvan de supermarkt.Schouders opgetrokken,alsof dat de kou zou wegnemen.
Het gefluister klinkt vreemden komt ook van een vreemde man.
Hij is het in alle betekenissen.Omdat ik hem niet ken,maar ook omdat hij onbekend aandoet.Ik herken hem nochtans.Ben hem al meermaals gekruist.Net als ik lijkt hij vrijdagavondenvoor te behouden voor de supermarkt.
Hij beneemt me telkens de adem,zijn verschijning en wat hij uitschijnt —hopeloosheid.
Hij lijkt zo grondeloos dat hij schuifelt,als wil hij grond zoeken —houvast.Een bergbeklimmer met hoogtevrees.
Een derde maal herhaalt hij zich,in een poging me uit mijn staren te verlossen.
“De andijvie, mevrouw?”
Een onhandige openingszin,gezien de andijvie schittertin zijn verder lege winkelkar.Ik besluit het spel mee te spelen.
“Zelf ben ik geen fan van andijvie, meneer,maar ik vermoed dat u ze naast de kolen zal vinden.”
Hij lijkt weinig moeite te doenrichting kolen te stappen,schuifelt ter plekke.
Nog steeds bang voor zijn moeras.
Het gesprek krijgt geen vervolg.Ik trek me uit het spel terug,nog voor de kaarten goed en welgeschud zijn.Ik knik vriendelijken gebaar naar mijn boodschappenlijstje.
Toch voel ik me aangesproken.Het appèl vertraagt mijn winkelkar.
De vreemde man zit in het moeras.Alleen dus.En schreeuwt op fluistertoon.
“Waar is de andijvie, mevrouw?”
Hij voelt zich veilig bij me.En reikt uit.Hoewel het me ontroert,zet ik er de pas in.
Op naar de chocoladerayon.
Wat endorfines kunnen nooit kwaad.