Lien Van Droogenbroeck✍️

Over Lien Van Droogenbroeck✍️

Zelfstandige, mama van vier, in tandem met een engel.
Tolk van de hoogsensitieve.
Schrijf als vlucht uit de waan en (wan)orde van de dag✍️.
Even uithuizig zijn, uit dat huis met de rommelige zolder vol muizen(issen).
Het alledaagse even optillen.
Typ in qwerty, droom in azerty. 💭 Liefst met een vleugje ironie.
Schrijf filosofische miniaturen op de grens van column en cursiefje;
hybride miniaturen waar proza en poëzie elkaar raken.
Laat me liever niet rubriceren.

Teksten

Ontmaskerd

Hij leunt tegen zijn bus. Ik zie het meteen. Waarom leunt hij? Zoekt hij steun? Kan hij niet meer op zijn benen staan? Als zijn bus hem moet dragen – hoe kan hij er dan mee rijden? Zijn gezicht helpt al evenmin. Je kan er zijn hele leven op aflezen. Zeker wie wat gevoel voor drama heeft. Ik dus. Zijn gelaat laat me tegenslag zien. Alsof er van alles tegen geslagen heeft. Drank, vermoedelijk. Te lange nachten. En … al wat het daglicht niet mag zien. Het soort gezicht dat aangetast wordt. Door slechte keuzes. Frustratie die nooit spijt wordt. Je ziet het in zijn mondhoeken. Zijn blik vertelt het: reken niet op mij – ik leun tegen mijn bus. Hij lijkt wel overreden. Onder zijn eigen bus beland. Hij rijdt, dus moet het iets anders zijn. Het leven, vermoedelijk. Zijn handen stellen me al evenmin gerust. Hij verstopt ze in zijn zakken. Het leven niet in zijn handen – hoe stuurt hij die bus de berg straks op. De andere ouders lijken het niet te zien. Zijn er helemaal gerust in – al heeft hij het lot van onze kinderen in handen.  Een luid skideuntje rukt me naar het hier. En nu.Een bende vrolijke kinderen – klaar hun berg te bestormen. Of hij de valies kan helpen dragen?  Ik schrik van zijn stem.  Hij heeft er zin in, zegt hij. Vrolijk, stemvast.  Hij is dus baas over zijn stem. Zijn bus luistert vast ook wel. Hij is best knap, zonder het masker van mijn angst. Ik haal mijn handen uit mijn zakken –  nu ik hen uit wil zwaaien.  

Lien Van Droogenbroeck✍️
108 10

Waar is de andijvie?

"Kan u dat herhalen, meneer? Ik versta u niet zo goed". Opnieuw fluistert hij, ditmaal iets nadrukkelijker. ”Weet u waar de andijvie ligt, mevrouw?” We bevinden ons in de groenteafdeling van de supermarkt. Schouders opgetrokken, alsof dat de kou zou wegnemen. Het gefluister klinkt vreemd en komt ook van een vreemde man. Hij is het in alle betekenissen. Omdat ik hem niet ken, maar ook omdat hij onbekend aandoet. Ik herken hem nochtans. Ben hem al meermaals gekruist. Net als ik lijkt hij vrijdagavonden voor te behouden voor de supermarkt.  Hij beneemt me telkens de adem, zijn verschijning en wat hij uitschijnt - hopeloosheid. Hij lijkt zo grondeloos dat hij schuifelt, als wil hij grond zoeken - houvast. Een bergbeklimmer met hoogtevrees.  Een derde maal herhaalt hij zich, in een poging me uit mijn staren te verlossen. “De andijvie, mevrouw?” Een onhandige openingszin, gezien de andijvie schittert in zijn verder lege winkelkar. Ik besluit het spel mee te spelen. “Zelf ben ik geen fan van andijvie, meneer, maar ik vermoed dat u ze naast de kolen zal vinden.” Hij lijkt weinig moeite te doen richting kolen te stappen, schuifelt terplekke. Nog steeds bang voor zijn moeras. Het gesprek krijgt geen vervolg. Ik trek me uit het spel terug, nog voor de kaarten goed en wel geschud zijn. Ik knik vriendelijk en gebaar naar mijn boodschappenlijstje.  Toch voel ik me aangesproken. Het appèl vertraagt mijn winkelkar. De vreemde man zit in het moeras. Alleen dus. En schreeuwt op fluistertoon. “Waar is de andijvie, mevrouw?”   Hij voelt zich veilig bij me. En reikt uit. Hoewel het me ontroert, zet ik er de pas in.  Op naar de chocolade rayon, wat endorfines kunnen nooit kwaad.        

Lien Van Droogenbroeck✍️
31 3