We moeten in het leven staan.
Liefst dapper, stevig.
Warm mag ook.
Hoewel het leven zich ontvouwt,
horen we erin te staan.
In de vouwen van dat leven.
Dat kreukelt en soms ook scheurt.
Je kan ze op één hand tellen:
de gladgestreken levens.
Ongekreukt.
Zonder verhaal.
Al sta je dan op beide benen
en strijk je langs de plooien -
je krijgt ze nooit helemaal glad.
Misschien moet ik erop gaan staan.
Stamp ik ze plat -
en zijn ze niet langer
gekreukeld glad.
