het opgekruld mensje in het bed van witte droom
draagt het grijs uit haar dagen in een verstorven chiffon,
de billen bollen verzadigde pamper,
teer als bijna geknakt hout haakt ze zich vast aan haar adem,
op en neer, het lijf deint op een getemde zee,
ik nader haar lichtvorm in deemoed,
pak een stoel, kijk naar de mond die niet meer bazelt,
de eeltloze voeten die niet meer dragen,
zing ‘la mer qu’on va danser’, ze zilvert in haar eigen licht,
ik word de herder over haar laatste uren, over mijn lange terugblik:
zuig de heks uit haar lijf, uit al mijn verzinsels,
buig als vanzelf naar de *calidajapon
die in mijn kast lag te vergelen ,spierwit nu openklapt
over dit opgekruld mensje: de grote vrouw met cup D,
naaldhakken en rooktuitje was maar een voorbode,
een karikatuur in mijn hoofd van kind en nog vóór
haar ademstops, schort ik zestig jaar oordeel op,
verzoek de verpleegster om een droge pamper
Ariane 2 november 2026
*Calida= een Zwitsers merk van slaapkledij uit sterke katoen