Het is geen zicht
gedragen te worden door engelen in het wit
terwijl gifmengers de doodsklokken luiden over je lid
waar zijn ze nu
Djibriel en Lazarus, zie je ’t niet, ik zit in de jus
de paazhaaz zit te zenuwpezen in de tuin
en leidt de kinderen om de puin
hopen van krachtpatsers met microlulletjes
die spelen met levens, geweren en te dure spulletjes
Nog steeds is er plaats voor een Caligula in de politiek
die verstopte dode baby’s in een portiek
om zijn vader Tiberius knetter van de rottende stank te maken
je zou denken dat we in de 21ste eeuw zulke decadentie en sadisme laken
maar ondertussen hebben we na een stille lente en zure regen
radioactief spinazie gehad en smeltende gletsjers, ik kan er niet meer tegen
teveel kinderen die sterven vooraleer ze leven
hebben ons geen geweten gegeven
zo absurd is het leven en de dood
dat er een ongerept eiland is waar vogels sterven
tijdens het nesten met de resten van plastic soep in hun maag
een plaag van innovatie en welvaart is ons excuus
onze excessen te blijven exonereren, masturberen, vermassacreren, cremeren
van wie de assen, de Latijnse spreuken, het kruisje op het voorhoofd
wat gaat er boven een rituele orale zuiging van de maagdelijke eikel met fantoomvoorhuid
de enige hoop is de napalm in dit gedicht voor een kindergezicht
cocaïne vermengd met buskruit, rechtse hufterproof
valse straathonden maken de buurt
woef woef
