De misselijkheid bepaalt mijn leven nu ongeveer drie weken. Misschien vier. In het begin tel je niet zo goed, vandaar wellicht mijn verwarring over het begin van de periode van misselijkheid.
De misselijkheid belet me eender wat te doen. Zo lig ik al drie (of vier) weken op bed. Ik check mijn Facebook, ik kijk op Instagram. Kijk of er nieuwe mails zijn binnengekomen. Ja, ik heb nooit eerder mijn e-mailbox zo goed op orde gehad als in de afgelopen weken.
Ik kijk vooral veel films. Soms illegaal, maar meestal niet, want als nu ook nog mijn computer crasht, ben ik feitelijk zo goed als verloren. ‘t Is momenteel het weidse internet dat mijn enige uitzicht bepaald.
_____________________
Daarnet loog ik. Ik weet wel wanneer de misselijkheid is begonnen. Precies de datum herinner ik me zelfs.
Ik kwam thuis om te eten. Had me bijna bedacht, maar ging toch maar thuis eten. Mijn vader zat over mij aan tafel. Hij ontleedde een vis. Zijn blote, harige buik hing er verslagen bij. Hij zag mij kijken en zocht mijn blik. Zijn ogen waren getroubleerd, rooddoorlopen.
Hij complimenteerde mijn bloes. Schepte extra op van het eten dat mijn zus had gemaakt. Stelde mijn broer gerust over het werk waar hij een paar dagen later zou beginnen.
Zijn handen trilden terwijl hij alle liefde die hij in zich had rondspuidde.
((Ik keek in zijn ogen. Nee, alsof ik in mijn eigen ogen keek)).
Nooit eerder had ik hem zo gezien. Zijn ogen staarden mij aan als droeve, een beetje onbeholpen hondenogen.
Hij, de man die ik vaak zo gehaat had, die mij pijn had gedaan, met wie ik altijd zwoer niks meer te maken wilde hebben vanaf ik genoeg geld had om het huis te verlaten, Hij was nu plots een droeve man.
De vijand stuikte voor mijn ogen ineen. De houten man stond in brand. Het ijzer smolt weg.
Ik was bits en at snel.
Later, alleen in mijn kamer, stelde ik mij voor hoe hij nu vertrok naar zijn vergadering. Onbeholpen (opnieuw), en eeuwig alleen, zoals hij altijd was en altijd zou zijn. Dat hij het altijd is.
Ik stelde mij ineens voor dat hij, met zijn bloeddoorlopen ogen, onderweg zou sterven. Ik was in paniek: deze mens mocht NIET sterven. Nooit zo.
((De simpele reden was dat ik dan ook zou sterven.))
Sindsdien ben ik niet meer uit bed gekomen vanwege de misselijkheid. Lig ik hier -het komt in de buurt van vrijwillig- geketend.
foto: "Black Girl" (Ousmane Sembène, 1966)
