Ik heb jaren met je meegeleefd,
ik leef nu mee wanneer je sterft.
Uren lig je soms te slapen.
Je vraagt je af : wat voor dag heb ik gehad?
Bezoek vermoeit je, je stuurt het heen.
Op afstand voel ik je verzwakken.
Vlucht jij zoals ik?
Al veertig jaar verbonden,
rafelt - 't is niet te harden -
de weefdraad tussen jou en mij uit.
't Is wachten tot hij knapt.