Pluk nog wat bloemetjes

Lumes
14 mei 2026 · 18 keer gelezen · 3 keer geliket

Wat kan ik nog doen? Ik moet iets doen. Ik moet moedig zijn en ga gewoon het bos in. Ik zie wel wat er op mijn pad komt. Gisteren werd ik door die kippenboeren weggejaagd. We hebben ver gelopen en nu zijn we moe. Ik moet dringend voor eten zorgen. En wel genoeg voor mijn 5 welpen. Ze slapen nu rustig onder de grote boom. De eerste grote boom na de mensenwijk. Ze zijn een beetje op. Het gejoel en de schoten in de lucht hebben hen angst aangejaagd. Ik zie Minnie nog wat na bibberen. Ze is ook zo klein en zo mager. Ik geef haar likjes op haar vachtje. Mijn melk is zo goed als op. Ik moet op pad. 

Ginds zie ik een rustig paadje. Ik leg me achter een struik en wacht. Wat hoor ik? Een zingend stemmetje? Een mens? Ik tril even en gluur voorzichtig door de struiken. Ze heeft een mandje bij en ziet er nog jong uit, weinig vlees. Maar beter dat dan niets. Ik verzamel al mijn moed en sluwheid zoals een wolvenmoeder met welpen in nood doet. Waar zit trouwens de wolvenvader? Zucht. Ik zal het weer alleen moeten oplossen. 

'Dag lief meisje, waar ga jij heen'? Zo alleen?' Ik onderdruk elk wolvengehuil dat in me opkomt en lach zo lief mogelijk. 

'Dag wolf, ik mag eigenlijk niet met je praten want je bent een kippendief,' zegt het meisje eerlijk. 

'Ach, ach, ik ben een brave wolf. Wat heb je een mooi rood kapje op, wat leuk.' Ik leid haar af, stem haar vrolijk. Wat ziet ze er dom uit. Dit wordt nog leuk. 

'Ja, ik ben Roodkapje en ik ga naar grootmoeder koekjes brengen. Ginder staat haar huisje in het bos.' 

'Weet je, pluk nog maar wat bloemetjes voor haar, dat zal ze fijn vinden,' grinnik ik. 

'Oja, dankjewel lieve wolf, wat een goed idee. Tot later!' wuift Roodkapje.  

'Ja, Ja, tot later!' grijns ik vrolijk terug. 

Haha, er is ook een grootmoeder! Ik wil 2 mensenhappen. Dan hebben mijn welpen meer moedermelk straks. En de malse meisjesbouten sleep ik wel naar het nest mee. Ik haast me naar het huisje. Grootmoeder slaapt. Die eet ik straks wel op. Ik sluit haar op in de kast. Ik trek een nachtkleed van haar aan, zet een slaapmuts op en leg me in bed. Zo denkt Roodkapje zeker dat ik haar grootmoeder ben. Ik grom en grijns.  

'Klop klop klop'. Daar zal Roodkapje zijn. 

'Kom maar binnen.'  Mijn stem kraakt. Ze zal het er toch mee moeten doen.  

'Dag grootmoeder, wat hebt U grote ogen.' Het kind staart me aan met die naïeve mensenblik. 

'Dan kan ik je beter zien, mijn kind.' Ze is wel mager maar ze ziet er oh zo mals en sappig uit.  

'En grootmoeder, wat hebt u grote oren,' kijkt Roodkapje verbaasd. 

'Dan kan ik je beter horen,' grijns ik. Hoe lang zou ik dit spelletje nog rekken? Mijn maag gromt. 

'En wat hebt u grote tanden!' 

‘Dan kan ik je beter OPETEN!'  

Met een diepe grom spring ik op Roodkapje af. Ze gilt het hele bos bijeen. Wat een kabaal maakt dat wicht.  

Maar wie is dat nu weer? Een jager?  

'Halt, stop of ik schiet. Maak dat je wegkomt!' 

Ik hoor een schot en spring het huisje uit door het raam.  

Snel verdwijn ik het bos in. Die mensen en hun geweren, ze gunnen me niets. 

Stilletjes loop ik terug naar mijn welpennest. Ik hoor mijn 5 kleintjes zachtjes janken. 

Gelukkig heb ik het mandje mee kunnen grissen op mijn vlucht. Haha, dat hebben ze niet gezien daar in hun stom huisje. Mijn welpjes smikkelen en smakkelen. Mijn kleine triomf. Ik dek mijn welpjes zachtjes onder met grootmoeders nachtkleed. Ze sluiten hun oogjes.  

'Awoooooooooo Awooooooooo.'  

Deze wolvenmoeder staat er morgen terug. Ik wed dat ze mijn wolvengehuil tot in het huisje horen.  

 

Tekening: Atia Chaudhry

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Lumes
14 mei 2026 · 18 keer gelezen · 3 keer geliket