Zijn getordeerde tors verhulde hij
onder een overhemd met staanderkraag
en ruim jacquet, toen hij drie gedichten
en drie liederen uit zijn nieuwe verzenbundel
voordroeg, onder begeleiding van een pianist
met zijn partner danste op 'Het lied
van sluitingstijd', gasten tot de drankjes
noodde en zijn bundel signeerde.
Mijn schrijfdocent bedacht zich even, nam
een slok en krabde in zijn grijze haar.
Hij schreef: 'Voor Herman, met alle geloof in je toekomst'.
Wat is mijn lot? Wat jammer dat ik Robert heet.