Verzorgd stoot zij op Klara klanken uit.
Voor haar ligt haar partituur.
Van het blad aflezen lijkt haar zingen.
Haar hoofd gaat daarom op en neer.
Geconcentreerd op kleine frases,
spant ze steeds dezelfde boog.
Bijna alle woorden krijgen nadruk.
Ritme staat gelijk aan vaste maat.
Zij scandeert getrouw haar verzen.
Zinsaccenten zwemmen weg.
Als een potvis zingt ze in de zee,
monotoon haar amechtig seinen.
Haar slanke strot staat onder druk.
De ziel van zinnen lost in golven op.