Gelegen bij het vage vuur
trek ik jouw verhalen aan
als warme sokken.
Sla ze
als een donzig deken om mijn rillend,
trillend lichaam heen.
Laat ze
zoemen, zoenen, kozen,
blozen
over naakte armen
die niet langer houden
van
en vul er vast mijn morgen mee.
De dikke mist die heet verbeelding,
luwt er dag en daar het vallen van mijn sneeuw.