Je stond toe dat wij weer spraken,
weer spraken in mijn droom.
Anorectisch was je aanblik.
Ik voelde een volle heup.
Schoenen zou ik voor je kopen,
schoenen waar het geld je voor ontbrak.
Als alles goed bleef lopen,
dan had ik een eternity ring voor ogen,
het sieraard dat je als twintiger wilde,
toch nooit van me kreeg.