Romeinse rotonde,
omringd door pilaren,
omhuld door de mist.
De mist wordt gespoten,
beschenen door lampen.
Blauw zijn de lampen,
blauw hult de mist,
blauw is het water
centraal in het bad,
een bad in de rondte,
jacuzzu in blauw.
Rotonde in nevel.
Gezwollen de paling,
de vis voor zijn buik.
Daarboven haar schede,
daarboven zijn hand,
haar borsten die zweven,
één tepel geknepen.
Hoe glad is haar schede,
hoe hard is haar knop,
hoe teder zijn handen!
Zijn paling gaat stijgen,
haar lelie blijft glijden,
haar lelie krijgt glans.
Hun bekkens gaan schokken,
zijn vlokken gaan draaien
in blauwe cadans.
Wit zijn haar lokken,
wit zijn zijn vlokken,
wit is hun nevel voor ogen
in deze Romeinse rotonde
omringd door de mist.