in het zand van de duinen
onder de wolken
ligt een stukje glas,
vergeten
zoals alleen een kraal in het zand
zich maar vergeten kan voelen
de wind golft door het duingras
de golven komen en gaan
waar is toch het kind dat mij hier liet vallen?
zingend en vlechtend, kralen rijgend
de papieren bloemen en de zorgzame vingertjes,
vooral het doosje versierd met schelpen
de wind golft door het duingras
de zee rijst en trekt weg
en het zand, altijd meer zand
rode kralen, groene kralen, wie wil een grote schat betalen
het kind zingt, mijn kind zingt
waar is toch het kind met het doosje?
een snuffelende hond houdt het voor bekeken
in de verte bootjes als witte vegen
de zee rijst weer,
en het zand, meer en meer zand
wie neemt mij mee naar huis,
stopt mij in een doosje?
op de top van een duin onder de wolken
lig ik als een kraal te wachten
om terug schat te mogen zijn
