Na haar dood ontmoet ik plots
haar moeder in een droom.
Zij is in de tachtig,
ze lijkt maar eenenzestig.
Wij komen uit het kerkhof
en lopen naast elkaar.
Ik ben dankbaar dat
ik dit vertellen kan:
'Wij hadden in haar laatste
dagen een aparte band.'
Mijn stem begint te trillen.
'Vergeef me dat ik huil.'
Zij loopt rustig met me op.
Zij is ook al vijftien jaar
de weg van alle vlees gegaan.
Haar uitvaart heb ik bijgewoond.
Zij heeft me nooit gemogen,
maar ditmaal loopt ze met me mee.