nat en koud - doorweekt sta ik voor de deur -
binnen brandt een warme radiator - maak ik
een mok dampende thee en verbrand ik
mijn tong - waar heb ik de sleutel gelaten
waarom sloot ik de deur en potverdikke
hoeveel zakken kan een jas hebben - of ben ik
hem verloren ergens in het bos - toen ik
mijn zakdoek misschien - ze hebben me geleerd
te sluiten- ook voor eventjes - je weet maar nooit
bel ik mijn schoonvader met de reservesleutel
wacht ik - nat en koud - doorweekt voor de deur
komt hij heeft hij gezegd en geloof ik hem
hoe lang nog