De precisieklok staat weer op nul.
Ruimte en massa vallen weg.
Meten doe ik niet.
Woorden schik ik, zinnen bal ik samen.
Daarna dij ik uit in wat ik schrijf.
Ik keer binnenstebuiten,
zorg ervoor dat alles blijft.
Ik ben de Big Bang, het zwarte gat.
Ik slinger dit gedicht een andere ruimte in.
Mijn rimpeling ontbindt en drukt weer samen.
Een nieuw heelal is mijn creatie.
Het gaat een ander aeon mee.