Sense of Purpose

20 apr 2026 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Ik ben altijd zot geweest van muziek. In mijn tienerjaren, de vroege jaren tachtig, was ik van de post punk en de new wave. Ik was er helemaal door bezeten, ik kon er uren naar luisteren, mij uitleven op de dansvloer, en er troost in vinden. Muziek was kostbaar, een plaat kostte driehonderd frank. Ik kocht van mijn zakgeld alleen de allerbeste, andere muziek nam ik op cassettebandjes op : ik leende platen van vrienden of nam gewoon muziek op van de radio. De aanschaf van een vinylplaat was telkens een evenement. Met de trein naar Antwerpen, in de platenwinkel Brabo op de grote markt een paar fragmenten beluisteren met de koptelefoon en thuis het ritueel : ze uit de hoes halen, op de platendraaier leggen, de naald erop, een paar tikjes, de eerste noten … de hoes bewonderen met de foto’s, de teksten bestuderen.

In december 1982 werd ik zeventien. Ik kreeg van mijn vriendinnen ‘A Kiss in the Dreamhouse’ van Siouxsie and the Banshees. Voor kerstmis kregen wij van onze ouders geld voor een cadeau dat we zelf mochten uitkiezen. Ik nam de bus naar Lier en kocht ‘From the Lions Mouth’ van the Sound, een Britse post punk band, die lovende kritieken kreeg, maar nooit echt is doorgebroken. Ik pakte de plaat in en legde ze onder de kerstboom. Het uitkijken naar het uiteindelijke moment waarop ik mijn cadeau eindelijk mocht uitpakken, maakten het extra waardevol. 

Ik speelde ze tot ik elke noot, elke gitaarriff, elk baslijntje, alle lyrics vanbuiten kende. Ze staat nog in mijn platenkast, ik vind ze nog altijd even sterk. Toen ik ze onlangs nog eens speelde, kwamen de herinneringen terug en het gevoel dat ik toen had, dat ik moeilijk in woorden kan vatten. ‘From the Lions Mouth’ was de soundtrack van mijn laatste jaar menswetenschappen in het Instituut Heilig hart van Maria in Berlaar.

Het nummer dat mij het meeste raakte was ‘Sense of Purpose’. Ik dacht dat het ging over weten wat je wil, een doel hebben in je leven maar ook over zingeving en engagement.

‘I'll take my life into my own hands 

What are we going to do?

I'm asking, I'm asking you!’

 

Dat was de vraag. Wat ging ik nu eigenlijk doen? Voor mijn klasgenoten was het duidelijk.

‘Ik ga studeren voor maatschappelijk werker.’ ‘Ik word onderwijzeres.’ Anderen werden kleuterleidster, nog iemand ging in de slagerij van haar vriend werken.

Ik wist het niet.

Engagement vond ik wel tof. Een van mijn vriendinnen noemde zich feministe en was sociaal geëngageerd. Voor abortus, tegen kernergie. Pacifist, anti-racist. Haar oudere zussen stemden PVDA.

'Dat is goed, hoor, Ilse, het communisme. Alles is van iedereen.'

Ze gaf me een button die ik fier opspeldde. Mijn zus was niet onder de indruk.

'Wat is dat voor iets. Fascisme? Gooi maar snel weg!’ 

‘Nee, kijk dan, destroy fascism.'

 

Op een dag werd er op de deur van ons klaslokaal geklopt. Een jonge vrouw stak haar hoofd binnen en vroeg of ze even mocht storen. De les onderbreken vonden wij altijd prima. Ze ging voor de klas staan en stak van wal.

‘Wie heeft er zin om volgend schooljaar naar het buitenland te gaan? Bij een gastgezin wonen en het laatste secundair overdoen?’

De helft van de klas was ze kwijt, de anderen luisterden, uit beleefdheid, met een half oor. Maar mij had ze meteen mee. Ik, die mijn tijd op de schoolbanken grotendeels doorbracht met uit het raam staren, dromen en in mijn hoofd ‘Sense of Purpose en ‘New Dark Age’ zingen, was een en al aandacht. Zo kwam het dat ik die avond thuiskwam met de vraag :  ‘Mag ik volgend schooljaar naar Australië gaan?’ Dit hadden mijn ouders niet zien aankomen.
De volgende morgen kwam mijn moeder mijn kamer binnen en schoof de gordijnen open. 'Ik ga heel hard wenen maar je mag gaan.’

Mijn zussen, broers, klasgenoten, vonden het 'speciaal’. Onze klastitularis, mevrouw Broos, vond het een heel goed idee : ‘Je gaat uit je schulp moeten komen.’ Samen met mijn ouders ging ik naar een infomiddag van Youth For Understanding en de procedure werd in gang gezet : aanvraagformulieren, motivatiegesprekken. Wat eerst een ingeving was, werd nu een concreet plan. Het begrip comfortzone kende ik nog niet en als ik er al van had gehoord, weet ik niet of ik er wel uit wilde. Maar ik wilde geen saai leven onder de kerktoren, ik wilde de wijde wereld in. En wat ik daarna ging doen, dat zou ik dan toch zien?

‘Maar waarom wil je precies naar Noorwegen gaan?’ vroeg mijn vader. Australië bleek te ver, te ingewikkeld en te duur, het werd een Europees land en ik had een romantisch beeld van Noorwegen : fjorden, bergen, sneeuw en een leuke taal, met die streepjes en bolletjes.

Terwijl de aanvraagprocedure liep en ik wachtte op een positief advies, ging het leven in de menswetenschappen zijn gangetje. Met mijn feministische vriendin ging ik naar de opening van Happy House, een club in Aarschot waar ik tot een kot in de nacht danste op 'Happy House' en op muziek van Echo and the Bunnymen, New Order en The Sisters of Mercy. Iedereen bewoog zich alsof hij vijf frank van de grond wilde oprapen. De houterigste hark transformeerde in stroboscooplicht tot een ster op de dansvloer.

Op de driedaagse retraite staarden we samen met mevrouw Broos en een pater naar een kaars en moesten dan zeggen welke diepe gedachten en gevoelens er bij ons opkwamen. De uitslovers zagen warmte en liefde, een schitterende toekomst, de zon. Ik zag een brandende kaars.

Optredens van The Cure en Siouxsie and The Banshees in zaal Lux in Herenthout, legendarisch! De bassen bonkten door mijn lijf en ik lag in bed met fluitende oren. Niemand droeg oordopjes.

Een andere vriendin had een vriendje met een migratieachtergrond. Nadat in Lier een Marokkaanse jongen slaags was geraakt met een buitenwipper, die een paar tanden was kwijtgespeeld, raakte geen enkele ‘vreemde’ nog binnen in een Lierse discotheek. Niemand protesteerde.

Wanneer ik me verdrietig en eenzaam voelde deed ik het licht uit en zette Joy Division op. 'Isolation', 'A Means to an End'.

Op het einde van het schooljaar kladden we onze nylon schorten, die we over onze kleren moesten dragen, helemaal vol en gooiden ze in de vuilbak. 

Toen kreeg ik het bericht dat ik was toegelaten en naar Noorwegen zou gaan. Met de opwinding sloeg ook de twijfel toe. Ga ik dat wel kunnen? Ik ben toch veel te verlegen, veel te stil? ‘Natuurlijk ga je dat kunnen,’ zei mijn moeder.

Alle voorbereidingen werden getroffen, ik pakte mijn koffer en toen zei mijn vader : ‘ Als je nu eens gewoon thuisbleef?’

Met een bonzend hart stond ik op de luchthaven van Schiphol, samen met mijn ouders en mijn zus. Ik droeg mijn  jasje met de button ‘destroy fascism’ en op mijn handbagage kleefde een sticker : 'Atoomenergie? Nee bedankt!'. In mijn bagage had ik dertig cassettebandjes gestopt. Op een ervan had ik ‘Jeopardy’ van the Sound opgenomen. Het eerste nummer van de plaat is ‘I can’t escape myself'.

Dat wist ik toen nog niet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

20 apr 2026 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket