Bij volle maan
kroop een oude vrouw
uit haar dal.
Haar handen geklemd rond een prachtig zilver zwaard
om zich te weren tegen demonen,
het monster dat ze afgelopen nacht
in haar dromen was tegen gekomen.
Plots zag ze in de verte
een zwarte vlek.
Ze stapte ernaartoe.
Staarde met vastberaden blik.
Het zwaard kletterde tegen de grond.
Op bevende benen en met haar handen voor zich uit gestrekt
duwde de vrouw, met haar hele wezen, de grote vlek weg.
Tot deze verdween.
