Als de coördinator eindelijk opkijkt, hoort Verin tot zijn ontsteltenis dat ze hen doorhebben.
‘Je bent erbij, Verin. Jij en Sorane hebben Axin en Nevon geholpen om weg te komen. En ze ook nog een onderkomen bezorgd. Maar Sorane heeft een kleine fout gemaakt, toen ze jullie vrienden ging opzoeken om hen de nodige papieren te bezorgen. We weten waar ze zijn.’
Verin slikt even, maar zegt niets. De coördinator zwijgt even om zijn woorden te laten doordringen.
‘Jij krijgt echter nog een kans, Verin. Want twee van de zes beste van jullie groep verliezen, dat kan ik mij niet permitteren.’
‘Een kans?’ vraagt Verin.
‘Ja, maar dan moet jij Axin en Nevon uitwissen. En Sorane moet er deze maal ook aan geloven.’
De man merkt zijn vragende blik op.
‘Je wilt weten waarom Sorane tot je opdracht behoort, Verin. Ten eerste zijn jullie ongeveer even goed in jullie training. Toch is Sorane een zwakke schakel. Ze lijkt om mensen te geven en dat is de tweede reden. En zeker als het haar vrienden betreft.’
‘Verin weet niet wat te zeggen.
‘Wij beseffen dat jij meent van Sorane te houden, maar daardoor heb jij je schuldig gemaakt aan een tweede overtreding.
‘Dat kan de enige reden niet zijn, sir.’
‘Nee, dat is de echte reden niet, Verin. Haar echte ouders waren politieagenten. Ik had een opdracht op een amazone planeet, maar haar vader Gono Saron kwam mij op het spoor en er volgende een vuurgevecht. Agent Saron, werd hierbij licht gewond, maar ik belande in het ziekenhuis met twee kogels in mijn linkerbeen. Een van de twee kogels had mijn spieren van mijn dijbeen gescheurd. Daardoor kon ik niet meer zo lopen als vroeger. Dat is de reden dat ik hier coördinator werd. Ik wilde wraak, maar Gono Saron werd gedood een aanslag. Ik kon mijn wraak echter niet meer uitvoeren tot Sorane Nador hier leerlinge werd. Ik liet haar zoals alle anderen onderzoeken. Zo kwam te weten wie haar ouders waren.’
‘En daarom hebt u haar verschillende malen willen doden.’
‘Ja. Maar het zou gelukt zijn, als ze niet door een onbekende opgeleid zou zijn tijdens haar jaar verlof. Alleen weet ik niet wie die onbekende of onbekenden waren en waarom?’
Even aarzelt Verin, maar dan zegt hij:
‘Je zoon, Sir. Hij stierf in die mijnen daar, maar hij maakte vrienden onder de gevangenen. Omdat Sorane voor huurmoordenares opgeleid werd, door Arkan, leiden ze haar op.’
‘Mijn zoon? Is die lafaard dan eindelijk dood?’
‘Zoiets heeft Sorane mij vertelt, Sir.’
‘Dan moet ze zeker gewist worden, Verin. Wil jij vandaag sterven of neem je de opdracht aan.’
‘Nevon, Axin en Sorane doden. Kan ik dat?’ denkt hij.
‘Denk maar niet te lang na, Verin. Zij of jij. Zo eenvoudig is het.’
Verin knikt al is het met een lichte aarzeling.
Dus aan jou de beslissing. Sorane of jij. Ofwel voer de taak naar behoren uit of Sorane krijgt je baantje, als ze zich tenminste van dat menselijk gedoe kan bevrijden.’
Even is het doodstil in het kantoor.
Van alles gaat door heen Verin, hij houdt van Sorane, maar ook van het leven.
‘Ik wacht niet langer, Verin. Kies nu of...’
Maar Verin richt zijn blik standvastig op de man voor zich.
‘Ik zal mijn opdracht tot een goed einde brengen,’ knikt hij.
‘Vergeet het niet, Verin. We weten dat jij Sorane geholpen hebt om dat koppel te verbergen. Dus dit is een test om je trouw te bewijzen. Tracht ons niet te misleiden, want dan kiezen we misschien toch voor Sorane. Maar dan moet ik van mijn wraak afzien.’
Verin verstart even, maar laat niets van zijn gevoelens blijken en verlaat even later het kantoor. Maar innerlijk is hij in tweestrijd. Dit zou zijn kans kunnen zijn om hogerop te raken, maar dan moet hij Sorane opgeven en zelfs doden. Hij houdt van Sorane, maar hier kan hij niet onderuit, zonder zijn leven te verliezen. Hij kent Sorane goed genoeg, om te weten, dat, als hij haar zou helpen, ze wraak zou willen nemen. En er zijn ook nog enkele anderen die haar zouden steunen als ze wisten wat zijn opdracht nu is. Wat moet hij doen?
Maar nog iemand anders heeft het gesprek met verbijstering gevolgd. Een jonge man, die vandaag dienst had in de observatie ruimte. Even kijkt hij angstig om zich heen. Hij zucht opgelucht als hij niemand in zijn richting ziet kijken. Ze zijn allen met hun werk bezig. Snel verandert hij enkele instellingen en wist een deel van zijn logboek. Ongeveer drie uur later zit zijn dienst erop en hij verlaat de ruimte. Na het eten gaat hij met enkele anderen naar hun kamer om wat hij ontdekt heeft te bespreken. De vier anderen luisteren verbaasd en met ontstelling naar de woorden van hun vriend.
‘Zou Verin het werkelijk doen?’
‘Ik weet het niet. Maar wat kan hij anders doen.’
‘We moeten Sorane op de hoogte brengen.’
‘Hoe, Layon? We weten niet waar ze is.’
‘Ik vrees alleen dat Sorane woedend zal reageren als ze het te weten komt.’
‘Dan moeten we klaar zijn, vrienden. Breng de anderen op de hoogte. Daarna wachten we op Sorane. Als zij en Verin terugkomen.’
‘Wat dan? Onze plannen versnellen.’
‘Ik weet het niet, Layon. Maar we moeten klaar zijn voor het geval dat we ze uitvoeren.’
‘Dat lijkt me het beste. We zien wel als het zover is.’
‘Dan kunnen we het best gaan rusten. Morgen moeten we ons voorbereiden.’
Intussen zit Verin op zijn kamer om zich voor te bereiden. Verward maakt hij zijn wapen schoon en vult de lader ditmaal met echte munitie. Maar hij weet niet echt wat hij zal gaan doen. Zijn opdracht niet uitvoeren en Sorane op de hoogte brengen. Daarna samen met die enkele anderen proberen te ontkomen aan de arkancel, waar zij opgeleid worden. Maar dat zou betekenen dat ze voor de rest van hun leven op de vlucht zouden zijn. Nee, dat is het niet waart, denkt hij. Maar hij beseft ook dat als Sorane dit zou weten, dan zou ze zijn grootste vijand worden. Hij kent haar goed genoeg om te beseffen, dat ze op hem zou jagen, tot een van hun beiden dood is.
Als hij in zijn auto stapt, staat zijn besluit vast. Sorane moet vandaag sterven, nog voor ze weet heeft van zijn plannen. Maar eerst die twee anderen, daarna, de vrouw waar hij van houdt. Maar liefde heeft in hun beroep geen reden van bestaan. Tegen hoge snelheid raast hij over de wegen met als doel Mogwan. Aan de rand van de villawijk parkeert hij zijn wagen en stapt uit.
Kalm neemt hij zijn gsm uit zijn riemtasje en aarzelt nog even nadenkend. Maar dan hakt hij de knoop door.
‘Het moet gebeuren,’ fluistert hij, slikkend.
Dan belt hij Sorane op.
‘Hallo, schat,’ hoort hij Sorane zeggen.
‘Ik heb nieuwe opdracht, maar ik wilde je nog even zien.’
‘O, je maakt me weer gelukkig, Verin.’
Verin slikt even, maar dan zegt hij.
‘Ik moet voor langere tijd weg, lieveling. Daarom dacht ik eraan om met jou nog iets te gaan eten.’
‘Slecht en goed nieuws dus, lieve schat.’
‘Ja, het spijt me. Misschien kunnen we afspreken aan het restaurant van onze vrienden, No-nin en de anderen.’
‘Zeker, ik verheug me er al op om de mensen daar nog eens te zien,’ stemt Sorane in.
‘Oké, Sorane. Ik ben er ongeveer rond 19.00u deze avond.’
‘Tot straks dan, lieveling. Als ik kon zou ik je kussen, maar dat is voor straks.’ hoort hij haar nog zeggen, voor hij zijn toestel uitschakelt.
Even blijft hij naar Sorane’s portret op het schermpje kijken, maar dan recht hij zijn rug. Langzaam schuift hij het toestel met trillende handen in zijn riemtasje.
‘Het spijt me schat, maar ik kan niet anders. Hoe sneller ik eraan begin hoe sneller is het voorbij. En dan is er geen weg meer terug,’ denkt hij.
Als hij het huis bereikt waar Nevon en zijn vrouw zich verborgen houden aarzelt hij nog even, maar dan trekt hij zijn wapen en draait de geluidsdemper erop. Voorzichtig sluipt hij geruisloos om het huis, maar merkt plots enkele agenten op. Ze zijn uitgeschakeld voor ze beseffen wat er gaande is. Dan dringt hij het huis binnen en staat plots voor Axin, die met haar baby in de zetel zit. Ze geeft hem juist borstvoeding.
De jonge vrouw kijkt hem verrast aan, terwijl hij aarzelt.
‘Verin, wat???’ fluistert ze, maar merkt ze dat hij zijn wapen heft.
Ze beseft dadelijk waarom hij gekomen is.
‘NEEEE, Verin… Mijn bab…’ roept ze uit.
Maar Verin schiet genadeloos. Hij vuurt eerst naar Arin en doorboort haar vlak onder de hals. Dan grijnst hij als hij eerst de baby twee kogels in zijn borstje jaagt. Dan richt hij zijn wapen op Axin, die ontstelt naar haar kindje kijkt. Ze ziet haar rok rood kleuren van haar en zijn bloed, want de kogels zijn ook door haar lichaam gegaan. Dan kijkt ze op en staart recht in het koele grijnzend gezicht van Verin.
‘Waarom?’ fluistert ze.
Maar Verin zegt niets. Hij staart alleen naar de straaltjes bloed, die uit haar wonde over haar borsten vloeit. Hij wordt erdoor geboeid. Maar dan hoort hij stappen en haast zich naar de muur toe. Nevon die de woorden van zijn meisje hoorde, haast zich naar binnen. Als hij in de salon binnen stapt, blijft hij verstard staan. Hij ziet zijn vrouw achterover in de zetel in haar bloed zitten.
‘Axin. Nee, dat kan niet waar zijn,’ roept hij uit.
‘Nevan, p.. pas op. A….chter de deur….,’ roept Arin kreunend.
Dadelijk grijpt hij naar zijn wapen, maar dat heeft hij niet bij zich. Verin, die achter de deur staat, schiet genadeloos doorheen het hout. Nevons lichaam botst tegen de muur, voor hij langzaam in elkaar zakt. Verin kijkt even op hem neer.’
‘Jij, Verin. Waarom?’ kreunt Nevon.
Verin trekt zijn schouders op.
‘Niemand ontkomt aan de cel,’ fluistert hij hees.
‘S…orane z..al je het nooit v…ergeven, m….man…,’ kreunt Nevon, terwijl een poging doet om naar Axin te kruipen, maar de moordenaar glimlacht.
‘Ze krijgt geen kans, Nevon. Zij is de volgende op mijn lijst,’ zegt hij koel, dan richt hij zijn wapen op zijn slachtoffer. Maar op dat moment valt de hand van Nevon slap op de vloer. Dan kijkt hij naar Arin, die hem strak aankijkt.
Haar kindje is naast haar, uit haar machteloze armen, op de zetel gerold en ligt daar in zijn bloed.
‘Doe het en wees vervloekt, moordenaar.’
Langzaam heft hij zijn wapen en richt het op het hoofd van Axin, terwijl recht in haar ogen kijkt.
‘Sorane zal je doden, Verin,’ hoort hij haar nog fluisteren.
‘Vergissing, Axin. Sorane is straks even dood als jij. Die gekkin wacht op mij voor een lekker etentje,’ grijnst hij.
Dan haalt hij de trekker over. Uit zijn wapen komt een vuurstraal, die tussen de ogen van de jonge vrouw in haar hoofd verdwijnt. Nog even staart Verin naar het levenloze lichaam van Axin en dan naar haar dode baby.
‘Een seconde denkt hij met spijt aan Sorane, maar nu kan hij niet anders het in hij of zij.’
Even aarzelt Verin nog, maar schroeft hij de geluidsdemper weer los en bergt hem weg. Met een snelle beweging steekt hij het wapen in zijn schouderholster.
‘Dat ging snel en eenvoudig. Nu Sorane, ben jij aan de beurt,’ denkt hij, terwijl er even een droevig blik in zijn ogen verschijnt.
Misschien had hij met Sorane het geluk kunnen vinden, want hij beseft dat hij nog steeds op haar verliefd is. Maar terzelfdertijd komt ook het besef, dat er nu geen weg meer terug is.
Even later rijdt hij weg, maar juist als hij de toegangspoort uitrijdt, draait een wagen de bocht om. Hij kan hem op het nippertje ontwijken. Even merkt hij een vrouw achter het stuur op, maar hij kent haar niet. Met toenemende snelheid rijdt hij voorbij de toegangspoort.
De vrouw in de wagen stopt op het binnenplein van de villa. Maar als ze uitstapt, beseft ze dat er iets vreselijks gebeurd moet zijn. Als ze met getrokken wapen door de deur stapt, wordt haar angst bewaarheid als ze eerst Axin en haar kindje opmerkt en dan Nevon.
‘Verdomme, zelfs het kindje.’ roept ze uit als ze de doden opmerkt.
Als ze zich wil omdraaien, merkt ze plots dat de rechterhand van Nevon iets op de vloer neer geschreven heeft. Veri…..
Dan herinnert ze zich de wagen die wegreed.
‘Zou dat de naam van de moordenaar zijn. Verin, is dat de vriend van die roodkop niet. Die woont toch bij Sorane Nador inwoont. Zou zij hier ook mee te maken hebben,’ denkt ze.
Snel haast ze zich naar haar wagen en met piepende banden raast ze weg. Met halsbrekende snelheid rijdt ze over de zanderige weg. Als snel heeft ze de wagen in zicht. Maar Verin, die intussen zijn daad probeert te verwerken, merkt de wagen die hem achtervolgt bijna te laat op. Plots ziet hij de achtervolger.
‘Dat moet die vrouw zijn,’ denkt hij verschrikt en drukt het gaspedaal helemaal in.
Met halsbrekende snelheid raast zijn wagen over de zanderige weg. Maar de agente is hardnekkig en blijft hem naderen. Innerlijk moet hij haar bewonderen, maar ze wil hem tegenhouden. Dus zal ze ook moeten sterven als ze in zijn weg moest lopen.
Meer dan een uur later rijdt hij de stad binnen met de agente ongeveer honderd meter achter hem aan. Gelukkig is het minder druk op dit tijdstip, toch botsen een paar auto’s als ze de voorbijrazende wagens proberen te ontwijken. Verin zucht opgelucht als hij de wagen van de agente niet meer opmerkt. Maar hij weet niet dat ze vermoedt wat zijn volgende doel is. De kamer in het hotel waar hij vroeger woonde. Wat de agente echter niet weet, is dat hij een afspraak heeft met Sorane in het restaurant aan de overzijde.
Verin stopt zijn wagen op een parking voor een hotel tegen over de villa waar Sorane woont. Hij merkt het echter niet, dat de agente hem al opgemerkt heeft. Ze volgt hem onopgemerkt naar het hotel en stapt ongeveer dertig meter achter hem naar binnen.
‘Nee, ik kan nog nietsdoen, er is te veel volk.’ denkt ze, terwijl haar hand van haar wapen terugtrekt.
Dan ziet ze de jongeman de lift instappen en haast zich naar de trappen. Zo snel ze kan rent ze naar boven, maar het zijn tweeëntwintig verdiepingen naar het dak. Op de vijfde verdieping verlaat ze snel de trap en haast zich naar de lift. Maar daar stelt ze vast dat hij nog stijgt. Het cijfer naast de deur springt juist op elf. Opnieuw rent ze de trap op. Inhalen kan ze hem niet meer, beseft ze. Ze weet echter niet dat Verin hier een kamer genomen heeft. Op de twaalfde verdieping stapt hij uit en haast zich naar zijn kamer. De agente is twee verdiepingen hoger als ze op haar gevoel afgaat een naar de lift snelt. Hier ziet ze dat de lift zich op de twaalfde verdieping bevindt. Opnieuw rent ze naar de deur van de trap toe en weer de trap af, Hijgend opent ze de deur die toegang geeft tot de twaalfde verdieping en trekt haar wapen. In de gang ziet ze alleen een kuisvrouw met een wagentje. Snel loopt ze erheen en vraagt, terwijl ze haar politiepasje toont:
‘Politie, heb je een jongeman gezien die uit de lift kwam.’
‘Kamer 1246,’ zegt de vrouw en geeft haar toegangskaart.
De agente knikt de vrouw toe en haast zich naar de deur toe. Voorzichtig opent ze deze.
Intussen komt Sorane te voet aangewandeld en loopt tussen de stoelen en tafels door naar een ober die ze kent.
‘Hai, Sivon. Hoe is het?’
‘Zeer goed, Sorane. Het is op het moment iets minder druk dan anders, maar verder is alles in orde. De zaken gaan goed.’
‘He, Sorane. Jij hier dat is al een tijdje geleden. Hoe is met jou en die knappe jongeman Verin?’
De roodharige kijkt om en ziet Achnaya op zich afkomen.
‘Werk je hier nog steeds?’
‘Zoals je ziet, meisje,’ zegt de tweeëntwintigjarige vrouw en omarmt Sorane.
Geen van allen weet dat Verin aan de overzijde en wapen op hen gericht houdt. Maar hij aarzelt nog steeds.
‘Verin komt ook. We hebben hier afgesproken.’
‘Dan zijn jullie nog steeds bij elkaar.’
‘Ja, we zijn verliefd op elkaar,’ antwoordt Sorane.
‘Dan kun je beter buiten op het terras gaan zitten, dan zie je hem aankomen,’ lacht Achnaya even.
‘Daar heb je gelijk in. Straks denkt hij nog dat ik er niet ben,’ glimlacht Sorane en haast zich naar buiten.
De loop van Verin wapen volgt haar, maar nog steeds aarzelt hij. Ze handen trillen van de spanning. Hij ademt een paar maal in en uit, voor hij weer door het vizier kijkt. Hij merkt dat zijn vriendin aan een tafeltje langs de zijkant plaats genomen heeft. Achnaya brengt haar juist een frisdrank.
‘Dank je,’ knikt Sorane haar toe en neemt het glas van de tafel op.
Ongeduldig wacht ze op Verin, want ze wil hem zien voor hij weer vertrekt. Ze weet echter niet dat hij een wapen op haar gericht houdt en innerlijk een zware twee strijd uitvoert. Maar zijn beslissing was al gevallen op het moment dat hij Axin en haar kind dode. Langzaam kromt hij zijn vinger om de trekker. Als hij vuurt, beseft hij dat zijn handen te hard trillen. Sorane wordt door de kogel achteruitgeworpen en stort neer op de grond. Even is hij opgelucht.
‘Ik heb haar,’ denkt hij, maar dan ziet hij haar opzij rollen en vloekt even.
Sorane kijkt even naar het bloed op haar hand en beseft dat ze beschoten wordt. Ze voelt een hevige pijn in haar hals als ze haar linkerarm beweegt. Op dat moment begint de schutter opnieuw op haar te schieten. Verin vuurt en vuurt in de hoop om haar alsnog dodelijk te raken, maar zijn kogels slaan in het muurtje waarachter Sorane ligt. Ze dringen er echter niet doorheen. Toch blijft hij vuren tot de lader leeg is.
‘Verdomme,’ vloekt hij.
Zijn verstand is intussen opgeklaard en hij grijpt in zijn tas naar een lader waarin pantser doorborende kogels steken. Sorane heeft intussen naar de wonde aan haar hals getast en beseft dat ze veel geluk gehad heeft. De kogel is vlak boven de linkerschouder door het vlees gegaan. Het is pijnlijk en bloed licht, maar is niet gevaarlijk. Er zelfs geen been geraakt. Snel grijpt ze in haar zak en spuit even op beide kanten van de wonde. Langzaam worden beide wonden afgedekt door een beschermende afdichting.
Even ziet ze de vrouw in de deuropening verschijnen.
‘Sorane, Wat??? Je bent gewond,’
‘Verberg je, Achnaya. Er zijn een of meerdere schutters.’
De vrouw schrikt en maakt zich uit de voeten. Dan begint de schutter weer te schieten. Ze schrikt als de eerste kogel zich doorheen het muurtje boort. Hij raakt even haar linkerdijbeen en boort zich dan in de vloer. Ze kreunt even van de pijn terwijl ze beseft dat ze hier niet veilig meer is. Een gedachte is genoeg om haar getraind lichaam te laten reageren. Ze rolt om en springt recht. Een kogel boort zich opnieuw door het muurtje. Voor de schutter zijn wapen van richting kan veranderen, is de roodharige al met een soepele sprong over het muurtje gesprongen. Ze vuurt tweemaal naar het dak. Verin hoort de inslagen zo dicht, dat ze hem verrassen.
‘Dat was dichtbij. Ze is zeer goed, misschien zelfs beter dan ik. Maar vandaag is haar laatste.’
Even lacht hij, maar dan staat hij op en richt zijn wapen naar beneden. Even ziet hij Sorane nergens, maar plots merkt hij haar op achter een wagen aan de overkant. Een grijnst ontsiert zijn knap gezicht, vlak voor hij het vuur opent. Twee kogels slaan grote gaten in de wagen, maar Sorane sprong al op als ze de eerste lichtflits opmerkte weg. Weer vuurt ze in de richting van de schoten. Terwijl ze zigzaggend de straat overrent, ziet ze plots de schutter staat in de weerspiegeling van een venster van het gebouw achter haar.
‘Een fatale fout, killer. Nu weet ik waar je bent,’ denkt ze.
Haar wapen vuurt bliksemsnel het ene schot na het andere op de gedaante af. De eerste kogel doet hem ineenkrimpen, maar hij laat zich dadelijk vallen en ontkomt zo aan de twee volgenden. Zijn wapen valt op de vloer, terwijl hij naar zijn linkerborst grijpt. Verin beseft dat zijn linkerkant zo goed als verlamd is. Het bloed vloeit uit de wonde in zijn borst. Ook op zijn rug voelt hij bloed vloeien.
‘Ze heeft me goed geraakt, die heks. Ik moet hier weg,’ fluistert hij, terwijl zijn ogen glinsteren van haat en bewondering.
Maar hij wankelt hevig als hij een stap naar voor wil doen.
‘Ik haal het niet meer. Mislukt, Verdomme, lieveling, jij bent goed, ik had het moeten beseffen,’ denkt hij, terwijl hij steun zoekt tegen de muur.
Intussen wijken de mensen opzij als Sorane het flatgebouw met getrokken wapen binnenstormt. Ze opent het vuur op het bedieningspaneel van de twee liften, zodat ze niet meer gebruikt kunnen worden. Even later rent ze de deur door die toegang geeft tot de trappen.
Verin vloekt hevig, want er stroomt bloed uit de wonde langs beide zijden. De kogel is dicht bij zijn hart door zijn linkerlong gegaan. Hij proeft zijn bloed in zijn mond.
‘Gelukkig weet ze niet dat ik het ben,’ denkt hij en bukt zich, met een van pijn vertrokken gezicht, om zijn speciale tas te openen.
Intussen is de agente de inkomhall van het appartement binnengeslopen en beweegt voorzichtig met getrokken wapen naar de andere kamers. Er is echter niemand te zien. Er is geen geluid te horen, tot Verin iets uit de tas neemt, maar hierdoor beweegt ze, wat een licht geluid veroorzaakt. Dat geluid op de vloer wijst de agente de richting aan waarin Verin zich moet bevinden. De badkamer. Op haar hoede haast ze zich naar de openstaande deur toe en kijkt naar binnen.
Verin probeert met enige moeite zijn wonde te verzorgen en spuit er helend verband op. De achterzijde lukt hem maar niet. De agente merkt echter niet dat ze een schaduw op de vloer werpt, omdat de zon doorheen het venster op haar rug schijnt. Voor de jongeman is dit echter voldoende. Hij laat de verbandspuit vallen en grijpt naar zijn wapen. De agente schrikt als ze de reactie van de man opmerkt. Zij reageert echter iets te traag en hoort twee kogels zich in de deur wand boren en een derde vliegt rakelings voorbij het gezicht van de agente.
Ze laat zich echter dadelijk naar voor vallen en richt haar wapen. Verin wordt gehinderd door zijn wonde en reageert iets te laat. Hij wankelt even als de kogel van de agente door zijn rechteronderarm slaat.
Verbaast staart hij haar aan, voor hij in elkaar zakt.
‘Jij, w…wie?’ fluistert hij zwak.
‘Ik ben een agente, Verin, maar ik kwam te laat,’ zegt ze.
‘Vraag Sorane om miii…jjjj t…e vvvergevvvvvvvv,’ fluistert hij nog.
Dan gaat er een schok door het lichaam van de jongeman. De agente buigt zich over de gewonde, maar beseft dat hij dood is, als ze zijn levenloze ogen naar haar ziet kijken. Verbaasd staart ze naar de tweede wonde van de jongeman. Die zit op de plaats van zijn hart. Daarom was hij zo traag.
‘Zou Sorane hem van daar beneden recht door het hart geschoten hebben. Is dat een toevalstreffer of is ze echt zo goed?’ denkt de agente verbaasd.
Dan richt ze zich op en kijkt door het raam. Ze ziet verschillende mensen in dekking op de stenen liggen. Ze wuift even met haar hand om te laten blijken dat er geen gevaar meer is. Aarzelend ziet ze de mensen uit hun dekking komen. Maar Sorane ziet ze nergens.
‘Moordenares,’ zegt een stem plots achter haar.
Langzaam draait de agente zich om en kijkt in de van de haat gloeiende ogen van Sorane. Dan pas merkt ze het wapen met geluidsdemper op, dat de roodharige in de hand houdt. Even staren ze elkaar aan.
‘Ik ben een agente, Sorane Nador.’
‘Weet je wie ik ben?’
‘Dat weet elke agente, roodkop. En ik denk als je de kans krijgt, ze je nog veel beter zullen kennen.’
Sorane kijkt de jonge vrouw verbaasd aan. Dan kijkt de roodharige naar de dode en merkt zijn voor zich uitstarende ogen op.
‘Verin, Is hij dood?’ schrikt ze.
‘Het spijt me, Sorane. Jouw kogel doorboorde zijn borst vlak bij zijn hart. Ik zag het pas toen ik zijn wapen uit zijn hand schoot.’
Maar Sorane hoort het niet. Ze vraagt:
‘Waarom schoot jij op mij daarbeneden?’
Even weet de agente niet wat te zeggen. Dan beseft ze dat haar vermoeden klopte. Want Sorane bloed aan haar hals en haar linker broekspijp is ook vol bloed. Ze weet ook dat Sorane het vermoorde koppel en hun kindje geholpen heeft.
‘Ik had dus toch gelijk, Zijn volgend doelwit was Sorane,’ denkt ze.
‘Dat heb je mis, Sorane Nador. Ik kwam te laat. Je vriendje schoot naar iemand vanuit het venster.’
‘Verdomme. Jij wilt hem laten opdraaien voor jou daden, vrouw. Dat lukt bij mij niet. Verin moet je verrast hebben, toen…’
‘Nee, Sorane. Hij is de moordenaar van Nevon, Axin en hun baby. En jij was zijn vierde doelwit, denk ik. Kijk maar je hebt hem geraakt.’
Sorane krijgt een schok en kijkt naar de dode, van wie ze houdt.
‘Zijn Nevon en Axin dood? Dat kan niet waar zijn.’
Even valt haar blik op zijn bloedende rechterhand en dan op de rode vlek op zijn borst. Ze zag de gedaante naar links wegtrekken, toen ze die raakte. Maar ze kan of wil het niet geloven.
‘Het kan niet waar zijn, hij hield van mij. Die agente liegt.’
Dan hoort ze plots de politiesirenes die naderen. De agente schrikt als ze de ogen van Sorane weer op zich gericht ziet.
‘Ze komen te laat, vervloekte, Je makkers komen te laat,’ roept Sorane uit en vuurt tweemaal.
Dan rent ze naar buiten. Op de trap hoort ze geluiden van beneden en haast zich naar boven. Maar enkele agenten open het vuur. Sorane voelt een klap tegen haar linkerdij en beseft dat ze nogmaals geraakt is. Maar ze kan nog lopen en haast zich verder.
Als de eerste agenten de kamer binnenstappen, staat de agente nog steeds roerloos tegen de wand naast de dode Verin. Beide kogels hebben zich links en rechts van de agente in de wand geboord.
Verbaasd kijken de agenten haar aan.
‘Ha, Erine. Je hebt er eentje te pakken.’
De agente komt uit haar verstarring los. Ze kan bijna niet geloven dat Sorane haar tweemaal miste. Toch is het zo. Dan wenkt ze haar blik naar de man in uniform.
‘Ja, maar te laat, Bin. Hij heeft er drie vermoord, voor ik kon voorkomen dat hij een vierde slachtoffer maakte,’ zegt ze met trillende stem.
‘Was hij het die Nevon en zijn gezinnetje doodde.’
‘Ja, Bin. Ik denk het. Toen ik aankwam bij de villa, reed hij juist weg.’
‘Ben je zeker dat hij het was, Agent Rand?’
‘Ik heb het hem niet zien doen, maar ik achtervolgde hem tot hier. Sorane was zijn volgende doelwit. Maar hij miste haar meerdere keren.’
‘Het moet een harde klap zijn, voor Sorane, die met hem samenleefde.’
‘Alleen denkt zij dat ik op haar schoot.’
‘Dan moet je oppassen, want als onze gegevens juist zijn heeft ze bijna haar opleiding voltooid,’ zegt Bin met ernstige stem.
‘Bedoel je die roodharige, ook die maakt het niet lang meer. Op de trap botste zij op een paar collega’s en loste een paar schoten. Onze mensen schoten terug en raakten haar. Ze kon echter wankelend ontsnappen,’ zegt een andere agent, die juist binnenkomt.
‘Zij heeft met deze moordenaar niets te maken, Aran.’
‘Wat?? Ben je zeker, Erine.’
‘Ja, zoals ik al zei, was ze zijn volgende doelwit.’
‘Wat speelt zich hier toch af?’
‘Misschien dat Sorane een antwoordt heeft. Maar dan moeten we haar levend in handen krijgen,’ zegt Erine ernstig.
Intussen is Sorane wankelend een kamer binnen geraakt en verbergt zich. Zo goed ze kan verzorgt ze de hevig bloedende wonde in haar zij. De kogel zit er nog in. Opnieuw moet ze haar lessen in de praktijk brengen en met veel moeite en kreunend van de pijn slaagt ze erin de kogel te verwijderen. Dan plakt ze een helende pleister over de wonde. Een tweede pleister brengt ze aan over de wonde aan haar dij, want die is toch iets erger dan ze dacht. Als ze aan die agente denkt, voelt ze de haat weer.
‘Verdomme, waarom miste ik haar? Het lijkt wel alsof ik haar niet wilde raken,’ denkt ze.
Ze had haar wapen toch recht op de borst van de agente gericht. Ze kan het niet bevatten, maar toch miste ze zelfs tweemaal. Even schudt ze haar hoofd en fluistert:
‘De volgende maal zal ik niet meer missen. Ze is al dood, al weet ze het nog niet.’
Op de gangen hoort ze stemmen en er naderen steeds meer. Als ze aan de deur aanbellen van de flat waar Sorane zich verbergt, richt ze haar wapen op de deur. Maar gelukkig komt niemand naar binnen. Ze heeft nog een kans al is het een kleine. Ze beseft wel als ze haar nergens vinden ze misschien wel terug zullen komen. Vanachter het gordijn kijkt ze naar de straat beneden en merkt de vele politiewagens, die deze wijk afgezet hebben, op.
Langzaam staat ze recht en maakt enkele oefeningen. De eerste seconden, gaat het moeizaam met haar drie wonden, maar het gaat steeds beter. Nu begint ze gevechtsoefeningen uit te voeren om haar zij en been en het verband te testen. Ze merkt wel dat haar zij meer pijn doet dan haar been.
Plots hoort ze opnieuw stemmen en stappen naderen. Snel haast ze zich naar de keuken, terwijl ze haar jasje aantrekt. Hier opent ze een luchtkoker en kruipt erin. Een minuut of twee nadat ze de koker dicht getrokken heeft wordt de buitendeur geopend en gewapende agenten betreden de flat. Ze zien dadelijk dat Sorane hier geweest is. Maar hoe hard ze ook zoeken, ze vinden geen enkel spoor van haar.
Als Erine Rand, de agente, binnen komt, kijkt zij ook nauwlettend rond. In de keuken heeft ze een vreemd gevoel. Plots kijkt ze naar de toegang tot de luchtkoker. Ze weet dadelijk dat dat de vluchtweg was van Sorane Nador, maar ze zegt niets.
‘Als ze het pad verderzet dat ze tot nu gevolgd heeft zal iemand ooit haar verdiende straf moeten geven,’ denkt de agente.
Sorane kruipt intussen verder en verder door de buizen. Tot ze een verdieping hoger een uitgang ziet. Even later staat ze in een ander appartement en kijkt op haar hoede om zich heen. Met getrokken wapen haast ze zich naar de buitendeur en opent deze voorzichtig. Ze kijkt spiedend naar buiten.
‘Ik moet hier weg om mij voor te bereiden van mijn doel, Diegenen die mijn vrienden vermoorden zullen boeten voor hun daden.’ denkt ze.
Door de gang rent ze naar de trap toe en haast zich naar boven. Een paar minuten later bereikt ze het dak van de het gebouw. Als ze de rand bereikt kijkt ze naar beneden en merkt verschillende politiewagens op die wegrijden. Anderen blijven waar ze zijn. Even denkt ze na, voor ze een besluit neemt. Ze wijst naar het flatgebouw aan de overzijde. Uit haar bijna onzichtbare armband schiet een dun touw naar het gebouw aan de andere zijde van de straat. Die avond laat ze zich met haar speciale touw naar een ander gebouw glijden en een paar minuten later verlaat ze licht hinkend de inkomhal van dat flatgebouw.
Ze voelt zich niet al te best, haar wonden doen opnieuw pijn.
‘Ik ben te ver van het centrum, misschien. Ja, Achnaya zal mij wel helpen. Maar ze zal nu al wel naar huis zijn,’ denkt ze.
Licht wankelend loopt ze door de straten, terwijl ze zich probeert te herinneren waar Achnaya woont. Hier en daar herkent ze winkels en huizen. Zo weet ze dat ze min of meer in de juiste richting gaat. Ze is echter niet zo zeker van zichzelf dat ze het zou terugvinden. Plots hoort ze snelle stappen achter zich. Dadelijk trekt Sorane haar wapen en keert zich om.
‘He, wat??? Sorane, je bent het toch,’ roept de vrouw schrikkend uit.
Sorane verstijfd en beseft dat het Achnaya is die voor haar staat.
‘Het spijt me, maar ik ben nogal gespannen;’ stamelt ze, terwijl ze haar wapen weer in haar holster steekt.
‘B..bbben jjiij gewapend?’
‘Altijd, Achnaya. Het hoort bij mijn beroep.’
‘Ben jij wel de Sorane die wij kenden?’
‘Ik ben nog steeds dezelfde, alleen ben ik door wat er gebeurt nogal zenuwachtig geworden.’
‘Maar je bent gewond. Heeft die schutter je geraakt.’
‘Een vleeswonde, Achnaya. Maar zij zal het betreuren als ik de kans krijg.’
De jonge vrouw merkt dadelijk dat haat in de ogen van Sorane op en schrikt even.
‘Wie bedoel je?’
‘Die agente. Zij heeft Verin gedood?’
‘Wat is Verin dood? Wat erg voor jou.’
‘Wil jij me helpen, Achnaya. Ik moet mijn wonden verzorgen.’
Even twijfelt de jonge vrouw, maar dan stapt er op de jonge Sorane toe en ondersteunt haar.
Samen strompelen ze naar de wagen van Achnaya. Moeizaam stapt Sorane in en even later rijdt de wagen de straat op.
‘Hoe kwam je daar waar je mij vond, Achnaya? Het was toch ver van je flat?’
‘Op weg naar huis, zag ik je wankelen. Ik meende dat je hulp nodig had. Daarom volgde ik je.’
‘Dank je. Ik kan je hulp zeker gebruiken, Ik heb vandaag al veel geluk gehad, maar vroeg of laat, laat het geluk me weleens in de steek.’
Achnaya kijkt even naar het gezicht van de achttienjarige Sorane.
‘Jij bent nog jong, meid. Je hebt een heel leven voor de boeg.’
‘Nu Verin dood is, heeft mijn leven niet veel zin meer, Achnaya.’
‘Je moet je herpakken, meid. Het leven heeft nog veel moois te bieden.’
‘Mogelijk, maar misschien niet voor mij. Als de vrouw en haar opdrachtgevers, die Verin gedood hebben, geboet hebben, dan zie ik wel verder. Maar eerder kan ik aan niets anders meer denken.’
‘Dat is nog een voornemen, Sorane. Hoe ga jij dat in hemelsnaam doen?’
‘Je weet niet tot wat ik in staat ben, Achnaya. Nog niet. Ik heb ook nog een zeer duistere kant, die jij nog niet kent.’
Even slikt Achnaya en draait op dat moment de parkeergarage van het flatgebouw in. Door een wirwar van parkeerplaatsen rijdt de jonge vrouw naar haar parkeerplaats en brengt de wagen tot stilstand. Een paar minuten later kijkt Sorane om zich heen in het appartement van Achnaya.
‘Misschien kan je eerst een lekker warme douche nemen, Sorane. Intussen zal ik iets te eten klaarmaken.’
‘Mag ik?’
‘Zeker, doe maar.’
Langzaam kleed de roodharige zich uit en maakt het verband om haar been en zijde los. Uit haar jas neemt ze een speciaal spuitbusje, dat ze over de licht bloedende wonden spuit. Hierdoor worden ze afgedicht. Nadat ze het genezende busje weggeborgen heeft, gaat ze naar de douche Onder het stromend water dat over haar naakte huid naar beneden glijdt, denkt Sorane terug aan die dag. Plots staat ze huilend tegen de muur geleund. De tranen rollen over haar wangen naar beneden. Op dat moment komt Achnaya binnen en legt handdoeken neer op de tafel. Volledig gekleed loopt ze dan naar Sorane onder het stromend water toe. Voorzichtig legt ze haar beide armen om de naakte schouder van het huilend meisje en laat haar tegen haar borst uithuilend. Zo staan ze zeker een paar minuten, tot Sorane plots haar hoofd opheft en fluistert:
‘Dank je, het werd me allemaal even te veel.’
‘Het is niets, liefje. Ga je hiernaast maar afdrogen en verzorg je wonden maar goed. Zeker die aan je zijde, want die ziet er gevaarlijker uit. Nu is het mijn beurt om eens lekker van het water te genieten,’ glimlacht Achnaya.
Sorane kijkt even naar haar vriendin.
‘Doe dan wel je kleren even uit,’ spot ze, terwijl ze de deur achter zich sluit.
Een uurtje later beiden iets gegeten en zitten in een pyjama naast elkaar in de zetel naar de teevee te kijken. Maar dan wordt de film voor een speciale nieuwsuitzending onderbroken.
Op de teevee zien ze de beelden van de moordpartij. Ook het woord “Veri” hoort ze vermelden.
‘Nevon moet Verin bedoeld hebben, maar waarom. Zou die agente de waarheid spreken. Dat kan toch niet waar zijn, ze moet liegen. Verin hielt van mij. Die agente moet de daderes zijn,’ denkt Sorane met een droevige blik.
‘Ben je zeker dat die agente hem vermoord heeft. Volgens het verslag heeft Verin op jou geschoten.’
‘Dat zijn leugens om haar te beschermen, Achnaya. Verin zou dat nooit doen. Hij moet haar betrapt hebben en werd door haar gedood,’ zegt Sorane sissend.
Achnaya kijkt even naar het mooie hoofdje van de roodharige.
‘Ik zal haar maar eerst laten bedaren, misschien zal ze er straks wel anders over denken,’ denkt ze.
Maar als Sorane een paar uur later afscheid neemt, beseft Achnaya dat Sorane nog steeds overtuigt van de schuld van die agente.
‘Kom, nog eens op bezoek, Sorane. Je bent hier altijd welkom.’
‘Dank je, Achnaya. Als ik de kans krijg zal ik zeker op je aanbod ingaan.’
De jonge vrouw kijkt de roodharige met gemengde gevoelens na als deze door de gang naar de lift toeloopt.