Waarom bloed opjagen?
Waarom rennen, gymmen, vrijen, rukken?
Vertragen verdikt, slibt dicht, verstikt.
De stilte speelt een melodie
door geritsel achter muren heen.
Mijn buurvrouw niest en kucht.
Mezelf kalmeren voor ik eeuwig rust.
Mezelf verliezen voor ik verdwijn.
De vuilnisemmer rolt haar man de berm op.
Hun wc wordt doorgespoeld.
De stilte zoemt er los doorheen
en snoert mijn mond. Ik lig.
Ik adem rustig, adem traag.