stil water roert zich
onder de tred van opvliegende vogels
wat leeft er onder het water
dat zo lang onbeweeglijk bleef
waterplanten met grijpende klauwen
en vissen met grote muilen
ze happen naar wat ze kunnen krijgen
en verbergen zich dan in de modder
jij viel als een steen in het water
maakte kringen als verschrikte kreten
je wekte de vissen beneden
die de kalmte naar binnen slokken