gisteren toen zout
nog een betaalmiddel was
kocht ik frieten
voor mijn hart
de tastzin van mijn nieren
niet te veel want ik bespaar
en wanneer het
winter wordt dan lik ik wel
dan wil ik wel
samen met dat waardevolle
strooizout ergens liggen
opzettelijk
temidden die expresweg
waar een zot in zeven haasten
negen egels plat wil rijden
ooit
toen liefdesliedjes
nog oprecht klonken
in de oren van een hart
tot in mijn nieren
en morgen, liefste
wanneer de regen zwijgt
de lucht haar tranen spaart
dan wachten wij wel tot het
echt weer winter wordt
dan lik ik wel
mijn bordje leeg
zou er dan veel
zout nodig zijn
om dat vogeltje te vangen
het vloog daar
al te laag
opzettelijk
over die expresweg
waar een zot in zeven haasten
negen egels wilde aaien
eergisteren ook
toen zout
nog een betaalmiddel was
at ik frieten
dacht ik aan je lippen
kloven in Tibet
aan een vals gebit
gebroken in een glas
ik dacht
heel even aan je blauwe ogen
aan de toekomst
deze grauwe tijden
morgen, schat
op een voorzichig uur
abert-één-laan
sint-michiels
frituur de bosbrand
uit de reeks 'Alfred Frietkabouter'